In de DSM 5 staat dat autisme een neurobiologische ontwikkelingsstoornis is en dat het dus te maken heeft met de mate waarin de hersenen de prikkels die binnen komen omzetten in praktische informatie waardoor je adequaat op een situatie kan reageren. Dit proces is bij mensen met een neurobiologische ontwikkelingsstoornis gestoord oftewel het functioneert anders dan bij de meeste mensen.

Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar de werking van het brein, want er is weinig bekend over de hersenen en hoe ze werken. Het is erg ingewikkelde materie. Toch wordt hier een poging gedaan iets te vertellen over wat er op dit moment over het brein bekend is en dan natuurlijk met name over waar mensen met autisme tegenaan lopen. In dit hoofdstuk zal geprobeerd worden globaal iets te vertellen over de normale ontwikkeling van de hersenen en dan vooral over de gebieden die zich bij autisten anders lijken te ontwikkelen.

De ontwikkeling van de hersenen start tijdens de zwangerschap. De hersenen groeien en ontwikkelen door totdat iemand een jaar of 23 is.
Bij de geboorte lijkt de rechterhersenhelft het dominantst te zijn, dat wil zeggen dat de rechterhersenhelft de baby meer aanstuurt dan de linker-hersenhelft. Maar door de interesse van het kind in gezichten en door bekende spelletjes die volwassenen doen met baby’s wordt de linkerhersenhelft gestimuleerd zich te ontwikkelen. Met een jaar of 4 tot 6 is de linkerhersenhelft zover dat deze nu domineert. Er wordt ook wel gezegd dat kinderen dan schoolrijp zijn, want voor school is de ontwikkeling van de linkerhersenhelft zeer belangrijk.
Er is veel te doen over dominantie van hersenhelften en of die dominantie wel echt bestaat, omdat de helften met elkaar samenwerken. Of je nou spreekt over dominantie of niet, het is een feit dat ondanks dat de beide hersenhelften nauw samenwerken, ze wel ieder hun eigen specialiteiten hebben. In sommige dingen is de ene hersenhelft beter dan de andere en andersom. Als er een hersenbeschadiging is in de ene hersenhelft, kan de andere het meestal gedeeltelijk overnemen, maar vaak blijft het toch behelpen.

Wetenschappers hebben veel onderzoek gedaan naar de specifieke functies van de hersenhelften. Er is bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar mensen met veelvuldige epileptische aanvallen. Om de aanvallen tegen te gaan werden de hersenhelften chirurgisch gescheiden. De epileptische aanvallen werden beduidend minder, maar de signalen van de hersenhelften konden niet meer aan elkaar doorgegeven worden en werkten niet meer samen op de gewone manier. Daarnaast is er ook veel onderzoek geweest naar mensen met hersenletsel (door een ongeluk, tumor of anderszins) waarbij delen van de hersenen niet meer (optimaal) functioneerden. Uit al deze onderzoeken komt naar voren dat verschillende delen van de hersenen verschillende functies en specialiteiten hebben.

Hieronder worden de specialiteiten van de hersenhelften nader belicht.
De linker-hersenhelft richt zich vooral op zaken als analytisch en logisch denken, ordenen, structuur aanbrengen, categoriseren, plannen, spraak, spelling, woord-en nummerherkenning.
Mensen met een goed ontwikkelde linker-hersenhelft zijn meestal beter in het analyseren en verwerken van informatie, kunnen sneller vragen beantwoorden, denken verbaal, hebben betere expressieve taalvermogens, een lineaire benadering, zijn symbolisch, tijdgebonden, ordelijk, overzichtelijk, kunnen zich goed aan schema’s houden en hebben weinig problemen met het afmaken van hun werk/taak.
Dit heeft grote voordelen op school, waar men zich vooral richt op die zaken waar de linker-hersenhelft goed in is en men het verder ontwikkelen daarvan stimuleert.

De rechterhersenhelft richt zich vooral op zaken als intuïtie, gevoeligheid, dagdromen, spontaniteit, humor, emoties, ontdekken, experimenteren, inventief zijn, muzikale expressie, leren door ervaringen, holisme (zaken als geheel zien) en creativiteit.
Mensen met een sterk ontwikkelde rechterhersenhelft zijn meestal beter in visualiseren, concretiseren, gebeurtenissen onthouden, verbanden leggen, processen doorzien, hebben een grotere fantasie, zijn innovatief, herkennen patronen sneller en hebben een groter functioneel en ruimtelijk inzicht.
School kan dus moeilijkheden opleveren, omdat die niet afgestemd is op het ontwikkelen van de rechterhersenhelft. Het huidige schoolsysteem kan zelfs talenten van mensen met een overontwikkelde rechterhersenhelft negeren of afstraffen.

Wanneer er in het boek gepraat wordt over een sterkere ontwikkeling of overontwikkeling van een van de hersenhelften, wordt er niet mee bedoeld dat de ene hersenhelft groter is dan de andere, maar dat de chemische en elektrische signalen in de ene hersenhelft beter door lijken te komen, beter lijken te werken en beter verwerkt lijken te worden dan die van de andere hersenhelft.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende