Er wordt over het algemeen vanuit gegaan dat de neurobiologische ontwikkeling bij autisten gestoord is. Dat wil zeggen dat de hersenen van autisten zich anders lijken te ontwikkelen dan die van de meeste mensen. Vroeger dacht men dat het volume van de hersenen van mensen met autisme groter was dan bij anderen. Ook nu nog geven sommige wetenschappers aan dat het hersenvolume van autistische kinderen tot het 6e jaar sneller groeit dan bij anderen en dat het daarna weer vertraagd. Zij geven aan dat deze groei de oorzaak is voor de problemen waar autisten tegenaan lopen. Echter, op dit moment wordt er steeds meer gedacht dat de oorzaak ligt aan het feit dat er teveel testosteron wordt aangemaakt tijdens de zwangerschap, waardoor de rechterhersenhelft zich bij de foetus sterker ontwikkelt dan de linkerhersenhelft. Een asynchronische ontwikkeling dus van de hersenen. Zoals in het vorige hoofdstuk al naar voren kwam, betekent dat dus niet dat het volume van de ene hersenhelft groter is dan dat van de andere helft, maar dat de verbindingen van de ene helft beter werken dan de verbindingen van de andere helft. De verbindingen tússen de twee helften lijken ook minder goed te werken bij een asynchronische ontwikkeling van de hersenen.
Dit schijnt trouwens ook het geval te zijn bij mensen met bijvoorbeeld dyslexie, dyscalculie, dysorthografie, dysfasie, hoogbegaafdheid en ADHD. Tegenwoordig wordt ook de term ‘beelddenkers’ veel genoemd in samenhang met talenten van de rechterhersenhelft die bij sommige mensen meer naar voren lijken te komen.
In dit boek gaan we, om te beginnen, vooral uit van de theorie van de asynchronische ontwikkeling van hersenhelften, omdat dit het beste lijkt te passen bij veel voorkomende problemen waar mensen met autisme tegenaan lopen en ook omdat deze theorie recentelijk meer op de voorgrond staat.

Zoals gezegd denkt men dat bij autisten de rechterhersenhelft zich sterker ontwikkelt dan de linkerhersenhelft. In het vorige hoofdstuk kwam naar voren dat bij alle kinderen de rechterhersenhelft bij de geboorte het dominantst is, dus lijkt dat heel normaal. Maar het probleem zit hem in het feit dat de rechterhersenhelft zo sterk ontwikkeld is dat deze kinderen moeite hebben met spelletjes die volwassenen doen met baby’s om de linker-hersenhelft te stimuleren. Bijvoorbeeld: in plaats van naar gezichten, schijnen ze eerder naar vormen of het lichtspel om zich heen te kijken. Hierdoor komt de stimulatie van de linker-hersenhelft maar moeizaam op gang en gaat achterlopen ten opzichte van de ontwikkeling van andere kinderen. De rechterhersenhelft ontwikkelt zich ondertussen gewoon door. Daardoor komt er een scheefgroei in de ontwikkeling, oftewel een asynchronische ontwikkeling. Je ziet vaak dat deze kinderen aan de ene kant ver vooruit lopen op leeftijdgenootjes en aan de andere kant flink achterlopen, terwijl er op sommige vlakken wel een gewone leeftijdsadequate ontwikkeling plaatsvindt.
Het probleem voor mensen met een overgestimuleerde rechterhersenhelft is dat je de asynchronische ontwikkeling nooit meer recht kunt trekken. Je kan proberen de linkerhersenhelft extra te stimuleren. Dit zou de scheefgroei in kunnen perken, maar verdwijnen zal het niet. Er is nou eenmaal sprake van een achterstand aan de ene kant en een voorsprong aan de andere kant.
Wel schijnen de hersenen van autisten zich altijd te blijven ontwikkelen. De ontwikkeling stopt dus niet na de adolescentie (rond 23 jaar), zoals bij anderen, maar lijkt door te gaan tot ver in de volwassenheid. Hier wordt echter nog volop onderzoek naar gedaan.

Omdat iedereen anders is en ieders brein anders is aangelegd, hebben niet alle mensen met een overgestimuleerde rechterhersenhelft last van dezelfde problemen.
Mensen die een gewone ontwikkeling hebben doorgemaakt, zijn namelijk ook zeer divers. Hun hersenen zijn allemaal anders aangelegd en hebben zich anders ontwikkeld, doordat zij allemaal andere dingen hebben meegemaakt in hun leven en daardoor andere ervaringen hebben opgedaan. Datzelfde geldt dus ook voor mensen met een asynchronische hersenontwikkeling. De ene heeft meer problemen op het gebied van woord- of nummerherkenning (bijvoorbeeld dyslexie of dyscalculie), de ander heeft meer problemen in het structuur aanbrengen of ordenen (bijvoorbeeld ADHD).

Sommige mensen hebben last van het tegelijkertijd aanwezig zijn van twee of meer stoornissen of aandoeningen. Dat noemen wetenschappers ‘comorbiditeit’. Dit komt geregeld voor; iemand heeft dus bijvoorbeeld ASS + Gilles de la Tourette of ADHD + dyspraxie of leerstoornissen + ASS.
Als dat het geval is kun je zeggen dat: 1 + 1 = 3, ADHD + ASS = extra veel moeilijkheden. Want: ASS is vervelend en daar kun je bij geholpen of ondersteund worden. ADHD is vervelend en daar kun je bij geholpen of ondersteund worden. Maar als er sprake is van twee stoornissen tegelijk dan heb je last van de ene stoornis (1) + last van de andere stoornis (1), maar ook last van de combinatie van stoornissen (=3). Want de stoornissen zijn van invloed op elkaar en dit kan grotere problemen teweeg brengen dan alleen de ene of de andere stoornis op zich.

Zo is de zorgvraag van mensen met een verstandelijke beperking + ASS vaak veel groter dan die van mensen met ASS zonder verstandelijke beperking. ASS + een verstandelijke beperking levert meer frustraties op voor de persoon in kwestie en dat uit zich in het vaker hebben van de stereotiepe gedragingen (driftbuien, geen aanrakingen of oogcontact, weinig spraak etc.) die mensen associëren met autisme. Lange tijd werd trouwens gedacht (en sommige mensen denken dit nog steeds) dat de diagnose klassiek autisme (Kanner’s autisme) hetzelfde was als het hebben van een verstandelijke beperking. Het is niet bekend hoe dit praatje de wereld in is gekomen. Wellicht omdat Kanner grote nadruk legde op de moeilijkheden die veel autisten ervaren met de spraak en taal. Voor de meeste mensen staat het kunnen hebben van een inhoudelijk gesprek namelijk in directe relatie tot de intelligentie van iemand. Heb je moeite met het spreken of het verwerken van taal, dan wordt je vaak niet voor vol aangezien en wordt er anders met je omgegaan.
In ieder geval is een verstandelijke beperking iets heel anders dan een autismespectrumstoornis. Mensen met een verstandelijke beperking hebben een globale (op alle fronten) ontwikkelingsachterstand, waarbij kinderen zich langzamer ontwikkelen dan hun leeftijdsgenootjes, maar wel volgens dezelfde ontwikkelingslijn als kinderen zonder stoornis. Bij autisten zie je juist dat de ontwikkeling anders verloopt er en dus niet dezelfde ontwikkelingslijn gevolgd wordt als bij kinderen zonder stoornis.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende