De DSM wordt door diagnostica gebruikt om vast te stellen of er sprake is van een ASS. Niet iedereen is bevoegd om dit vast te stellen of om de onderzoeken uit te voeren die gedaan moeten worden om te weten te komen of een kind of volwassene ASS heeft. Degenen die de uiteindelijke diagnose mogen stellen zijn GZ-psychologen, psychiaters en Orthopedagoog-Generalisten. Omdat er veel bij zo’n onderzoek komt kijken, worden ze ondersteund door (ortho)pedagogen en psychologen. Zij voeren vaak een groot deel van de onderzoeken uit. Daarnaast wordt er medewerking gevraagd van ouders (lees: opvoeders/verzorgers), leerkrachten en andere betrokkenen om zoveel mogelijk informatie te vergaren over degene die onderzocht wordt.
Een diagnose Autisme Spectrum Stoornis wordt niet zomaar verstrekt. Er wordt eerst gedegen onderzoek gedaan, waarbij het erom gaat een oorzaak te vinden voor de dingen die niet fijn lopen in het leven van de cliënt en zijn/haar omgeving. Het is de bedoeling dat door het onderzoek de behoeften van de cliënt vastgesteld worden alsmede welke ondersteuning de cliënt (en de omgeving) kan gebruiken om zo optimaal mogelijk te functioneren.

Bij kinderen wordt vaak in de loop van de ontwikkeling opgemerkt dat deze niet volgens de verwachting verloopt. Thuis kan dit worden opgemerkt, maar ook op de opvang of op school. Wanneer er vragen zijn over de ontwikkeling wordt er meestal eerst naar de huisarts of de gemeente gegaan voor een verwijzing voor onderzoek. Het kind wordt aangemeld bij een instelling die onderzoek doet bij kinderen.
Daarnaast zijn er ook instellingen die onderzoek doen bij volwassenen. In dat geval zijn het meestal de volwassenen zelf die merken dat ze tegen bepaalde zaken aanlopen in het leven en gaan vervolgens zelf naar de huisarts of gemeente om verwezen te worden.

Na de aanmelding volgt er bijna altijd een periode van wachten. De meeste onderzoeksinstellingen hebben namelijk wachtlijsten. De wachttijd kan variëren van een paar weken tot 6 maanden.
Wanneer er plaats is om het kind of de volwassene te onderzoeken, wordt men uitgenodigd voor een intake gesprek. Afhankelijk van de leeftijd van de cliënt, worden alleen de ouders uitgenodigd of de ouders samen met het kind. In het geval van een volwassene wordt de volwassen cliënt uitgenodigd.
In het intake gesprek moet naar voren komen wat er aan de hand is, waarom er een verwijzing is aangevraagd en wat er precies onderzocht dient te worden (de hulpvraag). Er wordt gekeken of de instelling de juiste plek is om de hulpvraag te onderzoeken. De hulpvraag vaststellen is belangrijk, want deze is leidend bij de onderzoeken. Tijdens het gesprek worden meestal ook de gang van zaken na het intake gesprek uitgelegd.

De onderzoeken verlopen niet volgens een standaard procedure. Welke onderzoekstests er afgenomen gaan worden hangt af van vele factoren, zoals de leeftijd van de persoon, of er informatie uit eerdere tests beschikbaar is en de specifieke hulpvragen. De leeftijd is van belang, omdat dit bepaalt welke tests er afgenomen kunnen worden. De meeste tests zijn namelijk niet geschikt voor alle leeftijden.

Wat wel altijd gedaan wordt is een anamnese. Een anamnese is de voorgeschiedenis in kaart brengen, dus hoe de persoon in kwestie (de cliënt) zich heeft ontwikkeld in de kinderjaren. Bij een ASS laten kinderen namelijk een andere ontwikkeling zien dan gebruikelijk. Het is van belang te weten op welke vlakken de ontwikkeling anders is verlopen.
Een anamnese wordt afgenomen aan de hand van een vragenlijst die moet worden ingevuld en een gesprek waarbij de ontwikkeling van de cliënt en zijn/haar jeugd uitvoerig besproken worden. De vragenlijst en het gesprek worden meestal gedaan door/met de ouders. Bij jeugdige en volwassen cliënten wordt het door/met de cliënt zelf gedaan, maar daarnaast, indien mogelijk, ook nog met de ouders. In het geval van volwassenen waarbij de ouders niet (meer) in staat zijn om de vragenlijst en het gesprek te doen, worden soms wel andere mensen gevraagd die prominent aanwezig waren in de jeugd (broers, zussen, tante etc.). Soms is er niemand anders dan de cliënt zelf beschikbaar om over de jeugd te praten en moet dat volstaan.

Naast de anamnese worden alle verslagen van andere instanties opgevraagd en bekeken (na toestemming van de cliënt of diens ouders). Dit kunnen verslagen zijn van logopedie, fysiotherapie, intelligentieonderzoeken, medische gegevens enz. Alles wat meer licht zou kunnen werpen op de hulpvraag van de cliënt kan worden opgevraagd.

Bij kinderen worden meestal pedagogische en psychologische tests afgenomen. Intelligentietests, maar ook tests gericht op de concentratie, het werkgeheugen, de taal, communicatieve vaardigheden, gedrag enz. Deze tests geven veel gerichte informatie. Hierbij is het niet altijd nodig de gehele test af te nemen. Soms volstaat het een paar onderdelen eruit te halen, afhankelijk van de hulpvraag.
Bij volwassenen zijn deze tests niet standaard. Bij volwassenen die een gewoon leven leiden, maar op bepaalde gebieden problemen ervaren, hoeven deze tests niet per definitie afgenomen te worden. Wanneer het wel wordt gedaan, kan dit zijn omdat er verder niemand licht kan werpen op het verloop van de jeugd van de cliënt. Dan kunnen de tests meer informatie geven over hoe de ontwikkeling is verlopen en op welke gebieden er problemen zijn ontstaan door een andere ontwikkeling.

Naast deze psychologische en pedagogische tests, worden er bij kinderen over het algemeen ook observaties gedaan. De observatie kan thuis, op school, op de opvang, maar ook in een testruimte plaatsvinden. Er wordt geobserveerd hoe het kind in een groep functioneert of hoe het zich gedraagt tijdens een spelsituatie in de testruimte.
Daarnaast kunnen aanvullende onderzoeken plaats vinden, zoals logopedisch onderzoek, (senso)motorisch onderzoek of andere onderzoeken die nodig zijn om te kunnen bepalen of er sprake is van een ASS.

Wanneer alle onderzoeken gedaan zijn, worden de resultaten bij elkaar gelegd en wordt er een verslag van geschreven. Dit verslag wordt daarna bekeken en besproken door het multidisciplinair team. Het multidisciplinair team bestaat uit de onderzoekers die de tests hebben afgenomen en de psychiater (of GZ-psycholoog of Orthopedagoog-Generalist).
Een multidisciplinair team is een team mensen met verschillende functies. Omdat zij verschillende functies hebben, kijken zij allemaal met een iets andere blik naar de onderzoeken en de uitkomsten.
In het multidisciplinair overleg wordt besproken wat de bevindingen zijn en wat er aan handelingsadviezen gegeven zouden kunnen worden. De bevindingen en handelingsadviezen worden vervolgens verwerkt in het verslag.
Het verslag wordt aan de cliënt en/of de ouders voorgelegd in een adviesgesprek en met hen besproken. De eventuele opmerkingen van de cliënt/ouders worden toegevoegd en het definitieve verslag wordt naar de huisarts (de aanvrager) gestuurd. De cliënt/ouders krijgen daar een kopie van thuis gestuurd.

Na de onderzoeken en het verslag met handelingsadviezen kan er begonnen worden met de eventuele behandeling.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende