Vroeger werden stoornissen vaak beschouwd als ziektes die behandeld moesten worden. De patiënten. moesten genezen worden. Tegenwoordig zien de meeste mensen stoornissen niet meer als een ziekte, maar als iets waar je weinig aan kunt doen. Het is niet te genezen. Maar er wordt nog steeds behandeld. De behandeling staat nu in het teken van het verbeteren van de situatie. Dit gebeurt vaak door therapieën, cursussen, trainingen en soms ook medicatie. Omdat er veel verschillende vormen van behandelen zijn, wordt daar nu kort op ingegaan. Niet alle behandelvormen en -methoden worden genoemd.

Meest voorkomende behandelingen direct na de diagnosestelling:

Allereerst wordt aan iedereen die de diagnose ASS heeft gekregen of diens ouders (indien er sprake is van een jong kind) psycho-educatie aangeboden. Psycho-educatie is eigenlijk een kort programma, een aantal bijeenkomsten, waarin uitgelegd wordt wat een diagnose ASS inhoudt. Uitgangspunt is dat wanneer iemand inzicht heeft in de eigen problematieken (of die van het kind) het de eerste stap is naar verbetering, want dan leert men herkennen, analyseren, interpreteren van en anticiperen op probleemsituaties.

In het verlengde hiervan ligt de gezinsondersteuning, waarbij er ouderbegeleiding of oudertraining gegeven wordt en/of ondersteuning aan broertjes en zusjes. De hulpverlener begeleidt en ondersteunt het gezin zodat er zo goed mogelijk geleerd wordt om te gaan met het gezinslid/de gezinsleden met ASS. Deze ondersteuning kan aan het hele gezin, de ouders, maar ook specifiek de broertjes of zusjes hulp bieden.

Behandelingen bij zeer jonge kinderen met ASS:

Autistische kinderen met problemen op het spraaktaal gebied en onaangepast gedrag krijgen vaak een educatieve interventie aangeboden. De meest gebruikte educatieve methode is TEACCH (Treatment and Education for Autistic Children and Children with Communicative Handicaps). Het is de bedoeling dat deze methode zo vroeg mogelijk wordt ingezet, omdat het doel is de kwaliteit van leven voor het autistische kind sterk te verbeteren. Hierbij zijn de voornaamste uitgangspunten dat het kind zich leert aanpassen, dat de omgeving voorspelbaar wordt gemaakt door een optimale structuur aan te bieden, dat problemen in de communicatie opgepakt worden door o.a. pictogrammen in te zetten en onaangepast gedrag te reduceren.

Ook worden regelmatig de Amerikaanse ‘social stories‘ ingezet om jonge autistische kinderen inzicht te geven in sociale situaties; in gevoelens en reacties van anderen. Het zijn verhalen waarin sociale situaties aan bod komen en op die manier onder de aandacht worden gebracht van het kind. Een ander vroeg-interventieprogramma is ‘joint attention‘ gericht op baby’s en peuters die zo gedeelde aandacht leren ontwikkelen door samen te doen en te spelen.

Gedragsmodificerende therapieën:

Gedragsmodificerende therapieën zijn therapieën gericht op het weghalen of minder worden van het probleemgedrag dat sommige autisten laten zien.

Psychotherapie. Hierbij worden er gesprekken gehouden met een deskundige hulpverlener en de cliënt(en) over de stoornis en de problemen. Psychotherapie kan op verschillende manieren gedaan worden.
Een zeer bekende soort psychotherapie is de Cognitieve Gedragstherapie. Dit is eigenlijk een combinatie van Cognitieve therapie en Gedragstherapie, waarbij het gedrag en de gedachten die de problemen in stand houden uitgedaagd en besproken worden. Het uitgangspunt bij deze therapie is dat, door anders te leren kijken naar en anders te leren denken over een situatie die bepaalde gevoelens en bepaald gedrag uitlokt, dat gedrag en die gevoelens zullen veranderen.
Een andere veel toegepaste psychotherapie is de Systeemtherapie. Hieronder vallen de relatietherapie en de gezinstherapie. Het heeft tot doel om alle gezinsleden zich bewust te laten worden van de onderlinge reacties op elkaar en ze te leren begrijpen welke invloed zij op elkaar hebben.
Psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie waarbij verborgen gevoelens en gedachten bewust worden gemaakt wordt minder vaak ingezet.

Wel worden er vaak met autistische kinderen therapieën ingezet waarbij er niet alleen gepraat wordt, maar ook iets gedaan wordt, zoals de PsychoMotorische Therapie. Het is gericht op lichaamsbeleving en het handelen in bewegingssituaties (zoals het herkennen van lichaamssignalen), waarbij de therapie gedragsverandering als doel heeft.

Toegepaste gedragsanalyse wordt veelvuldig ingezet. Dit heet eigenlijk Applied Behaviour Analysis. Bijna iedereen kent dit wel. Het is gebaseerd op belonen, ondersteunen en oefenen van gewenst gedrag. Een afgeleide hiervan is de Pivotal Response Training, waarbij gebruik wordt gemaakt van technieken om kinderen meer contact te laten maken en om functioneel taalgebruik te leren. Dit wordt meestal in de eigen omgeving gedaan.

Dan is er nog Neurofeedback waarbij kinderen elektroden op het hoofd geplaatst krijgen waarbij ongewenste hersenactiviteit d.m.v. een beeld of geluid gestraft wordt en gewenste hersenactiviteit beloond. Op die manier worden de hersenen getraind, waardoor het kind rustiger wordt en meer zelfvertrouwen krijgt en waardoor concentratieproblemen kunnen verminderen.

Andere therapieën:

Creatieve therapieën worden ook wel gegeven aan kinderen. Alle creatieve therapie is gericht op het uiten van gevoelens en emoties en leren hoe hiermee om te gaan.
Muziektherapie lijkt geen gedragsverandering op te leveren, maar schijnt wel positief te zijn voor de communicatie.
Dramatherapie wordt soms aangeboden, maar regelmatig wordt gedacht dat autistische jongeren dit niet aanspreekt door de moeite met het inleven in een ander. Drama lijkt echter juist erg goed aan te slaan bij veel autistische jongeren doordat je veilig kunt oefenen met sociale situaties terwijl je iemand anders speelt. Fouten maken is dan niet erg.
Beeldende therapie is gericht op het zich uiten middels het maken van een creatie door bijvoorbeeld te tekenen, boetseren, etc. Dit kan helpen met het leren accepteren van de stoornis en het zich ontwikkelen.
Danstherapie en tuintherapie worden minder vaak ingezet bij autistische kinderen.

Met autistische kinderen die moeite hebben met de sensorische integratie (het verwerken van prikkels) wordt ook wel sensorische integratietherapie gedaan waarbij het zenuwstelsel wordt beïnvloed en zintuiglijke prikkels worden afgegeven om zo de hersenen te leren hoe hiermee om te gaan.
Daarnaast wordt de Reflexintegratie therapie regelmatig ingezet bij kinderen die nog reflexen hebben vanuit de babytijd. Baby’s hebben reflexen, zoals bijvoorbeeld wanneer de wang van de baby wordt aangeraakt, draait het hoofdje naar die kant toe om te drinken. De reflexen uit de babytijd gaan vanzelf weg wanneer het kind groeit en zich ontwikkelt. Maar soms blijft een aantal van de reflexen hangen. De therapie behandelt de reflexen, zodat het kind er geen last meer van heeft.

Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) wordt sinds kort gebruikt om autisten mee te behandelen. Deze therapie is gericht op het loskoppelen van emoties bij nare ervaringen in het verleden. Bijvoorbeeld een ongeluk of overlijden van iemand, maar het kan ook worden ingezet om pesten te verwerken. Door aan de gebeurtenis terug te denken, worden emoties opgeroepen die daarna ‘weggezet’ kunnen worden.

Trainingen:

Naast alle genoemde therapieën wordt vaak op een gegeven moment Sociale Vaardigheidstraining (SoVa) gegeven. SoVa trainingen worden vaak ook op scholen ingezet. De meest bekende zijn de Kanjertraining en Rots en Water., waarbij de Kanjertraining meer gericht is op samenwerken en jezelf presenteren en Rots en Water zich richt op weerbaarheid.
De SoVa trainingen die autisten meestal aangeboden krijgen zijn gericht op het leren uiten van gevoelens, zelfstandigheid, initiatieven nemen en contacten leggen.

Mindfulness wordt ook steeds vaker ingezet. Deze, oorspronkelijk boeddhistische, methode leert mensen om meer in het ‘nu’ te leven en het ‘nu’ te beleven, waardoor de stressprikkels van vroeger en de toekomst verminderen. Er komt steeds meer belangstelling vanuit de samenleving voor deze manier van in het leven staan.

Af en toe wordt er ook ToM (Theory of Mind, zie Hoofdstuk 7 Opvallendheden aan autisme) -training gegeven waarbij autistische kinderen wordt geleerd om emoties en bedrog te herkennen. Op die manier wordt getracht autistische kinderen inzicht te verwerven in anderen waardoor ze zich adequaat zullen gaan gedragen in sociale situaties.

Verder zijn er veel specifieke cursussen, zoals ‘Autisme en seksualiteit‘, ‘stressregulatie‘ en dergelijke. Meestal is er wel een cursus, training of therapie die aansluit bij de hulpvraag van de autist of diens omgeving. Of die cursus, training of therapie gevolgd kan worden, hangt af van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de cursus, training of therapie. Er lijkt een tweedeling te bestaan van mensen die zeggen dat er veel hulp en ondersteuning is en dat ze die ook kunnen krijgen, en anderen die zeggen dat er weinig begrip, hulp en ondersteuning is. Waar dat aan ligt, hangt van vele factoren af.

Medicatie:

Als laatste wordt de medicatie kort behandeld. Er wordt regelmatig medicatie voorgeschreven voor autisten. Vaak komt dit voor wanneer autistische kinderen agressie vertonen, symptomen hebben van ADHD of angst, depressie hebben of dwangmatig gedrag laten zien.

Bij agressie (disruptief gedrag) wordt meestal Risperidon gegeven, omdat het onrust, boosheid, driftaanvallen, zelfverwonding, hyperactiviteit en stereotiep gedrag vermindert. Er zitten wel bijwerkingen aan, zoals gewichtstoename en metabool syndroom (verstoringen in het lipiden- en glucosemetabolisme), maar ook slaperigheid, trillerigheid, speekselvloed enz. Minder vaak worden de middelen Aripiprazole of Pimpamperon voorgeschreven bij disruptief gedrag.

Ingeval van symptomen van ADHD wordt vooral Ritalin voorgeschreven. Tweede keus is het psychostimulantium dexamfetamine. Helaas kunnen er heftige bijwerkingen ontstaan bij beiden, vooral wanneer er sprake is van een comorbiditeit met een verstandelijke handicap, zoals versterkt gedrag, met name driftbuien, dwangmatig gedrag of juist heel erg teruggetrokken gedrag.
Wanneer Ritalin of psychostimulantium dexamfetamine niet goed werken, kunnen Atomoxetine of Clonidine gegeven worden. Deze kunnen verschillende bijwerkingen hebben, van sufheid, slaperigheid, droge mond, vermindering van eetlust en dergelijke tot sexuele klachten, psychische klachten als depressiviteit, slaapproblemen, en nog meer.

Wanneer er sprake is van angst of depressie krijgen autisten meestal fluoxetine, fluvoxamine of citalopram. Vaak zijn er lastige bijwerkingen waarbij er twijfel is of het effect opweegt tegen de bijwerkingen. De bijwerkingen bestaan vooral uit een grote toename in gedragsactivatie (hyperactief, dwanghandelingen etc.), maar ook slapeloosheid, hoofdpijn, eetlustvermindering, maag-darmklachten komen geregeld voor. Bijwerkingen, die minder vaak voorkomen maar wel ernstig zijn, zijn het serotonine syndroom en een toename in suïcidaal denken. Ook moet worden opgemerkt dat deze medicatie niet aan kinderen wordt voorgeschreven, omdat hun hersens nog niet volgroeid zijn en de kans op suïcidale neigingen veel groter is.

Bij dwangmatig gedrag wordt ook fluoxetine of fluvoxamine voorgeschreven met kans op bovenstaande bijwerkingen. Soms wordt er wel Risperidon of Pimpamperon voorgeschreven zoals bij agressie. Af en toe, bij therapie resistente patiënten. wordt ook wel valproaat of carbamazepine voorgeschreven. Deze laatsten kunnen bijwerkingen hebben als maag-darmklachten, sufheid, slaperigheid, beven, toegenomen eetlust en gewicht, vermoeidheid, overgevoeligheid, en dergelijke.

Wanneer er sprake is van slaapproblemen worden mensen vaak aangeraden Circadin of Melatonine te gebruiken. Melatonine is een hormoon dat het lichaam zelf produceert en invloed heeft op het slapen. Circadin en Melatonine zijn slaapmiddelen in de vorm van pilletjes die de werkzame stof melatonine bevatten. Je kunt het op recept in de apotheek krijgen, maar ook zonder recept kun je het in lage doseringen bij de drogist kopen. Er zijn zelden bijwerkingen, maar de bijwerkingen die het meest genoemd worden zijn: veranderingen in de bloeddruk, slaperigheid, nachtmerries en levendige dromen, lagere lichaamstemperatuur en een ochtendhumeur. Daarnaast worden ook genoemd jeuk, huiduitslag, hoofdpijn, duizeligheid, slapeloosheid, buikpijn, verstopping, droge mond, gewichtstoename, hartkloppingen, pijn op de borst, vaak en veel plassen (ook ‘s nachts), bloed in urine, irritatie, nervositeit, rusteloosheid, hyperactiviteit, zweten en gevoel van zwakte. Sommige bijwerkingen zijn tijdelijk van aard, maar het is belangrijk altijd een arts te raadplegen wanneer medicijnen gebruikt worden en vooral wanneer er bijwerkingen zijn.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende