Opleiding

Wanneer de schoolperiode achter de rug is kan er een vervolgopleiding gekozen worden. Net als bij alle andere jongvolwassenen weten sommige autisten wel wat ze willen gaan doen en anderen niet.
Wat autistische (jong-)volwassenen anders maakt dan anderen is dat zij over het algemeen een scala aan negatieve ervaringen en emoties bij zich dragen vanuit de jeugd. Niet alle negatieve ervaringen en emoties die opgedaan zijn in de jeugd zullen nog even sterk beleefd worden, maar veel autisten zullen er wel hun hele leven last van blijven houden, zoals bijvoorbeeld de onzekerheid over het eigen doen en laten in de maatschappij of het lage zelfbeeld dat een stempel kan drukken op het leven.

Het volgen van een opleiding wordt soms ervaren als een opluchting door autisten. Het is een heel andere wereld dan die van school. In principe is iedereen op de opleiding geïnteresseerd in hetzelfde onderwerp, wat een band schept. De leerkrachten kunnen daarom erg gemotiveerd zijn om de studenten te ondersteunen hun doel te verwezenlijken, namelijk het leren van het vak en het behalen van een diploma.
Opleidingen kunnen een stuk veiligheid en vertrouwen bieden waardoor de autist kan groeien. De studententijd is over het algemeen ook de tijd voor jongvolwassenen om op eigen benen te leren staan en verantwoordelijkheid te nemen. Dit gaat met vallen en opstaan, maar tijdens de studentenjaren is dit heel gewoon. Dit geeft ruimte om ervaringen op te doen en zo te leren wat wel en wat niet acceptabel is in de maatschappij. Het is een belangrijke stap naar zelfstandigheid.
Het is ook het moment van leren reflecteren op het eigen handelen. Dit kan problemen opleveren voor sommige autisten, omdat het moeilijk is om te reflecteren wanneer je niet begrijpt waarom jouw handelen wel of niet goed was. Normaal gesproken bekijk je je acties tegen het licht van de maatschappelijke norm, van wat er van je verwacht wordt. Maar wanneer niet duidelijk is wat er precies van je verwacht wordt en je de maatschappelijke norm moeilijk kan bevatten omdat het zo anders is dan de eigen beleving van de wereld, is het lastig reflecteren. Dit kan een onzeker persoon nog onzekerder maken. Maar doordat er op een opleiding vaak supervisie en intervisie wordt gegeven en veel andere jongvolwassenen het ook moeilijk vinden om te reflecteren, valt het niet zo op, want men wordt meestal goed ondersteund bij het leren hoe je moet reflecteren op het eigen handelen.

Natuurlijk hangt het sterk van de opleiding af hoe het met de (autistische) student gaat. De opleiding kan ook veel moeilijkheden met zich meebrengen, want niet alle opleidingen bieden een veilige en vertrouwde omgeving waar intervisie en supervisie gegeven wordt en waar studenten en docenten gemotiveerd zijn om het einddoel te behalen.
Vaak hebben opleidingsinstituten duizenden studenten in opleiding; 5.000 – 10.000 studenten is heel normaal. Deze studenten doen verschillende opleidingen. Hoeveel studenten een bepaalde opleiding doen hangt helemaal van de populariteit van de studie af.
Een ROC, hogeschool of universiteit heeft vaak meerdere gebouwen (en locaties) waar les gegeven wordt. Dan is het dus niet alleen zoeken naar het juiste lokaal, maar ook nog eens naar het juiste gebouw en/of locatie. Over het algemeen ken je helemaal niemand op de opleiding wanneer je net begint en moeten er nieuwe sociale contacten gelegd worden.
Veel studenten wonen niet meer thuis en moeten dus zelf zorgen voor het huishouden; eten koken, kleren wassen, opruimen, schoonmaken, boodschappen doen en dergelijke. Dit doet men naast de studie. Ook hebben veel studenten een bijbaantje waarmee ze wat extra’s verdienen, wat vaak nodig is om de studie en het onderkomen te kunnen betalen. De meeste studenten delen het onderkomen met anderen, wat voor een autistische student een bron van moeilijkheden kan zijn. Na een enerverende dag op de opleiding, kan thuiskomen wellicht meer onrust en stress teweeg brengen dan dat hij er tot rust kan komen en de dag kan verwerken. Het is daarom erg belangrijk dat er een veilige (en vertrouwde) plek is waar hij zich terug kan trekken.

Het hangt dus van een heleboel factoren af of de autistische student kan uitgroeien tot een bewuste volwassene met veel kennis van zaken of dat het helemaal niet goed gaat met hem en de studie eventueel gestaakt moet worden.

Werk

Na de schooltijd en/of de opleiding is het de bedoeling dat er een baan gevonden wordt. Sommige mensen zijn erg zeker van zichzelf, anderen zijn nog wat onzeker over het eigen kunnen. Er moeten keuzes gemaakt worden met betrekking tot welke baan zou passen. Je moet weten waar je de advertenties voor die baan kunt vinden en het solliciteren is iets dat velen nog moeten leren. Sommigen zijn er erg goed in en anderen minder goed. Een sollicitatiebrief schrijven, je C.V. opstellen, op gesprek gaan. Het zijn allemaal zaken die tijdens het solliciteren op je af komen.
Wanneer je een baan aangeboden krijgt, moet je beslissen of je die baan neemt en moet je een afweging maken of er bijvoorbeeld over het salaris of je uren onderhandeld kan worden of niet. Wanneer alles in kannen en kruiken is, wordt er een contract aangeboden.
Dan komt de eerste werkdag. Een nieuwe omgeving. Alles moet uitgezocht worden, zoals hoe je op het werk komt, hoe laat je moet opstaan en vertrekken, wat ze daar doen met het eten (meenemen of daar kopen), welke kleren men er draagt, enzovoort. Op het werk krijg je te maken met collega’s, de werkplek zelf, de kantine, eventuele klanten of cliënten, noem maar op. Een groot team, een klein team of helemaal alleen werken, geen privacy op de werkplek (denk aan een open ruimte met bureaus) of juist wel, een grote kantine met slechte akoestiek waar vele mensen tegelijk eten of een rustige, gemoedelijke eetgelegenheid, klanten die in en uit lopen of niet, cliënten die constant aanwezig zijn of niet en ga zo maar door. Er komt veel op je af. Dat geldt voor iedereen. De meeste mensen zijn daarom ook erg moe die eerste weken, door de indrukken die opgedaan worden. Je moet je draai nog zien te vinden. Na een poosje gaat het meestal beter en na verloop van tijd ben je gewend.

Voor de autistische volwassene geldt dat ook allemaal, maar kan het een en ander wel heftiger binnenkomen. Het zijn allemaal potentiële bronnen van spanning. Hoe de autist daarmee omgaat, hangt af van de persoon zelf, van de werkgever, van collega’s en van de werkomgeving als geheel.
Er kunnen moeilijkheden ontstaan. Dat kan om zeer uiteenlopende redenen zijn, want autisten zijn ook allemaal anders. Waar de een goed werkt in een geordende structuur met gerichte taken, werkt de ander beter in een flexibele organisatie waar je het werk meer naar eigen hand in kan delen. Het hangt er ook van af of collega’s weten dat de persoon in kwestie autistisch is of niet en als ze het weten hoe ze ermee om gaan. Wanneer collega’s en werkgevers de kwaliteiten van de persoon kunnen waarderen en autisme niet enkel als obstakel of beperking zien, dan hoeven er geen (grote) problemen te ontstaan.
Want autisten hebben vaak veel kwaliteiten. De meesten hebben gedegen kennis van bepaalde zaken en zij kunnen meestal op een andere manier tegen dingen aan kijken en met creatieve oplossingen komen. Ook zijn autisten over het algemeen harde werkers en erg consciëntieus. En zo zijn er nog een heel aantal dingen op te noemen waar veel autisten goed in zijn.
Het is dus zaak als autist om goed te weten wat bij je past, waar je goed en minder goed in bent en om dat kenbaar te maken aan anderen, waar mogelijk.

Relaties

Een relatie is een verband tussen twee of meerdere personen. Je kunt een relatie hebben met je ouders, leerkrachten, buren, vrienden, partner, collega’s enz. Voor een mens is het belangrijk om relaties met anderen aan te gaan, omdat hij anders vereenzaamt. Om relaties aan te kunnen gaan, is het handig om weet te hebben van de sociale regels die er zijn in de maatschappij. Ook is het belangrijk te kunnen communiceren en te anticiperen in een conversatie.
Dit zijn nu juist vaak struikelblokken voor autisten. Het aangaan en onderhouden van relaties kan daarom best moeilijk zijn. Weer neemt onzekerheid vaak een centrale rol in. Bijvoorbeeld: mensen waarvan je dacht er goed mee op te kunnen schieten, nodigen je niet uit voor een feest waarbij alle mensen om je heen wel zijn uitgenodigd. Waarom? Wanneer is iemand een vriend en wanneer niet? Autisten kunnen op die manier nogal eens worden gekrenkt. Zij behoren blijkbaar niet tot de mensen die gewaardeerd worden door anderen. Dat komt hard aan, zeker als het keer op keer gebeurt. En dat ligt niet alleen aan de autist, maar vaak ook aan de ander. Wanneer je bijvoorbeeld heel goed kan luisteren, wat veel autisten goed kunnen zonder een oordeel te vellen, en de ander vertelt je in vertrouwen veel diepgaande informatie, die de meeste autisten niet snel zullen doorspelen, dan ga je ervan uit dat dat een band schept. Wanneer je later merkt dat je niet tot de vriendenkring behoort, nooit op de koffie wordt gevraagd of dat je niet uitgenodigd wordt voor een feest, komt dat hard aan. Zijn die gesprekken (ben jij) dan niets waard?

Er zijn autisten die na ieder gesprek het gesprek nogmaals (meerdere malen) doorlopen om het op die manier te verwerken en om na te gaan hoe het gesprek is verlopen. Is het gesprek goed gegaan? Hoe werd die opmerking bedoeld? Was de reactie die ik gaf de juiste?
Wanneer een gesprek niet fijn was, of wanneer blijkt dat je niet als vriend beschouwd wordt, kan het zijn dat de ‘schuld’ bij zichzelf wordt gezocht, want de ervaring heeft de autist geleerd dat het meestal zijn schuld is wanneer sociale contacten niet goed verlopen (laag zelfbeeld).
Wanneer er wel een positieve relatie ontstaat, kan het onderhouden van de relatie moeilijk zijn. Wanneer ga je bij iemand op bezoek? Hoe vaak bel je? Is het wel of niet de bedoeling dat je iedere keer iets lekkers meeneemt? Kun je aangeven wanneer je iets niet prettig vindt, zoals bijvoorbeeld het onaangekondigd binnen komen vallen van een vriend? Hierbij komt alweer die onzekerheid naar voren.

In de psycho-educatie wordt wel eens benadrukt dat autisten (in de puberteit) moeite zullen hebben met het aangaan van relaties met een potentiële partner en dat ze daarbij al snel (sexueel) te ver zullen gaan tegen de wil van de ander in, omdat ze de (non-verbale) signalen van de ander niet kunnen herkennen. Dit is erg kort door de bocht, want wanneer je verhalen verneemt van autisten, merk je dat, over het algemeen, juist het tegenovergestelde het geval is. Autisten vinden het inderdaad moeilijk te herkennen of iemand geïnteresseerd is in hen en lopen daardoor juist vaker potentiële relaties mis.
Bij partnerrelaties kan een relatie tussen een neuro-typisch persoon en een autist meer moeilijkheden opleveren dan een partnerrelatie tussen autisten onderling. Zij herkennen vaak veel in elkaar en begrijpen elkaar vaak beter. Maar je kunt nu eenmaal niet bedenken op wie je verliefd gaat worden.

Al met al is het aangaan van relaties een groot struikelblok voor veel autisten. Er wordt gezegd dat autisten liever alleen zijn, maar wellicht komt dat voort uit het feit dat sociale contacten vaak niet goed lopen en het veel energie kost die aan te gaan of te onderhouden door problemen met de communicatie en de sociale omgangsregels.

Ouderschap

Bij de meeste mensen komt er een tijd dat er een kinderwens ontstaat. Dat is bij autistische mensen niet anders. Er komt heel wat bij het opvoeden van een kind kijken, vooral wanneer blijkt dat de ontwikkeling van het kind anders verloopt dan verwacht. De jeugd van een kind met een ASS in een gezin met neuro-typische ouders is in dit stuk al eerder aan bod gekomen. Wanneer dit kind zelf een ouder wordt, is het mogelijk dat deze ouder een neuro-typisch kind krijgt, een kind met een ASS of een kind met een andere stoornis. In het geval dat de (gediagnostiseerde) autistische ouder zelf een kind met ASS krijgt, weet hij hoe het is om een autistisch kind te zijn en kan het daarom vaak de behoeften van het kind beter begrijpen en/of aanvoelen. In het geval van een neuro-typisch kind zal dat moeilijker worden omdat de belevingswerelden uiteen liggen. Ingeval het kind een andere stoornis heeft, kan de autistische ouder vaak misschien niet helemaal bevatten waar het kind tegenaan zal lopen (net als neuro-typische ouders), maar zal hij wel heel goed begrijpen dat het niet altijd even makkelijk zal zijn voor dit kind om op te groeien en zal de ouder over het algemeen zijn uiterste best doen dit kind te ondersteunen, net als andere (neuro-typische) ouders.

In de psycho-educatie wordt naar voren gebracht dat het krijgen van een autistisch kind 90% genetisch bepaald is. Wat niet wil zeggen dat de ouders autistisch hoeven te zijn om een autistisch kind te krijgen, maar dat zij bepaalde genen met zich meedragen die (samen) kans geven een autistisch kind te krijgen. De vraag hierbij is of autistische ouders meer kans hebben zelf een autistisch kind te krijgen, omdat zij die bepaalde genen met zich meedragen. Het onderzoek rondom de genen en autisme staat nog in de kinderschoenen, dus wordt er hier verder niet op ingegaan.

Wat er allemaal op een ouder af komt tijdens het opvoeden is veel. Daar zijn een heleboel boeken over geschreven. Wat er op een ouder afkomt tijdens het opvoeden van een kind met een andere ontwikkeling is nog veel meer. Daar zijn ook veel boeken over geschreven. Dit stuk zal summier ingaan op waar een autistische ouder tegenaan zou kunnen lopen bij het opvoeden van een neuro-typisch kind en bij het opvoeden van een kind met een ASS.

Zoals al eerder vermeld is het lastig iets te zeggen over autistische ouders met neuro-typische kinderen, omdat er geen betrouwbare bronnen zijn die deze situatie beschrijven. Autistische ouders zouden het lastig kunnen vinden dat hun neuro-typische kind andere interesses heeft dan zijzelf en andere dingen wil doen. De kinderen vinden visite, sporten en dergelijke wellicht hartstikke leuk en zullen misschien op veel clubjes willen. Als autistische ouder kan dat lastig zijn, omdat je, vooral wanneer de kinderen nog jong zijn, vaak mee moet. Dit betekent veel plannen, schakelen en (sociale) contacten aangaan. Dingen waar autisten meestal niet zo sterk in zijn. Zolang de autistische ouder een veilige en rustige thuissituatie heeft, waar hij tot rust kan komen en/of mensen om zich heen heeft (bv. partner, ouders) die deze activiteiten (voor een deel) over kunnen nemen of erbij kunnen ondersteunen, hoeft dit geen problemen op te leveren.

In het geval dat een autistische ouder een kind met autisme opvoedt, spelen weer andere dingen een rol. Het opvoeden van een autistisch kind bezorgt neuro-typische ouders vaak een hoop bezorgdheid, onzekerheid, verdriet, schuldgevoelens, boosheid enz. Dat is bij autistische ouders niet anders. Maar omdat deze gevoelens over het algemeen al vertegenwoordigd zijn bij autistische volwassenen, kan het hebben van een autistisch kind deze gevoelens nog versterken. Vooral als een autistische ouder een laag zelfbeeld heeft, kan het gevoelens van onmacht en onkunde met zich mee brengen. Daarnaast zijn autistische ouders zich ook bewust dat zij misschien meer moeite zullen hebben om hun kinderen te leren wat er in de maatschappij van hen verwacht wordt en hoe zij zich moeten gedragen, omdat zij daar zelf ook moeite mee hebben. En dan hebben autistische ouders ook nog vaak minder mensen om zich heen waarmee ze kunnen praten of die hen kunnen ondersteunen. Hoe een autistische ouder met de, vaak heftige, gevoelens van onmacht, verdriet enz. om kan gaan, hangt er daarom vaak ook van af of er anderen (partner, ouders) zijn die openstaan voor de problemen van de autistische ouder en daarbij willen ondersteunen.

Naast deze gevoelens, die ouders van autistische kinderen vaak hebben, is er ook regelmatig sprake van slaapgebrek. Slaapgebrek door de zorgen rondom het kind of doordat het kind zelf slaapproblemen heeft. Door slaapgebrek kunnen mensen niet helder denken en voel je je niet fijn, want slaapgebrek zorgt ervoor dat je gevoeliger bent voor prikkels en dat je minder kunt hebben. Voor autistische ouders geldt dat natuurlijk ook, maar dan dubbel. Zij hebben normaal gesproken al moeite met prikkels en slaapgebrek zal dit zeker verergeren.

Gelukkig kunnen de meeste autistische ouders ook intens genieten van hun kleintje. Dit geeft veel blijdschap en ook vaak de benodigde energie om voor het kind te (blijven) zorgen. Ze houden heel veel van het kind en begrijpen het kindje meestal heel goed. De eigen behoefte aan rust, duidelijkheid, enzovoort zal ervoor zorgen dat het kind dat ook krijgt. Vaak is er in een ‘autistisch huis’ dan ook sprake van een, van nature, veilige, rustige en begripvolle thuissituatie die dit kind zo hard nodig heeft.

Bejaard

Over autistische ouderen is weinig bekend. Er wordt tegenwoordig wel bij mensen van middelbare leeftijd een autisme spectrum stoornis geconstateerd en ook wel bij mensen van in de zestig, maar bij ouderen komt dat nog niet vaak voor. We weten dus niet hoeveel ouderen er zijn met een normale tot hoge begaafdheid en autisme. Aan de hand van de informatie uit dit boek kunnen er wel bepaalde veronderstellingen gedaan worden over waar een autistische bejaarde tegenaan zou kunnen lopen.
Er zou sprake kunnen zijn van eenzaamheid doordat sociale contacten altijd moeizaam zijn verlopen. Wanneer er weinig aansluiting is met anderen, kan een autistische oudere vereenzamen doordat er geen natuurlijke contacten meer zijn op het werk of via de kinderen.
Mocht de autistische oudere in een verzorgingshuis komen te wonen, dan zijn er weer meer natuurlijke contacten, maar is er minder privacy. Verzorgers of andere ouderen die in en uit komen lopen, kleine kamers die vaak gehorig zijn en altijd zijn er mensen in de gangen of de gemeenschappelijke zaal. Dit kan juist weer zorgen voor overprikkeling.

Maar het hoeft niet. Wanneer een autistische oudere aangesloten is bij een club of als vrijwilliger iets doet, dan levert dat wellicht genoeg contact op met anderen. Of misschien wonen kinderen en kleinkinderen in de buurt, waardoor er voldoende ondersteuning is, zodat de oudere niet naar een verzorgingshuis hoeft en zo op de eigen, veilige, vertrouwde plek kan blijven wonen. Het hangt helemaal van de situatie van de oudere af of er voldoende balans is tussen rust en contact of het goed gaat met de autistische oudere of niet.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende