In het vorige deel zijn de verschillende ontwikkelingsgebieden bekeken met betrekking tot de neurobiologische ontwikkelingsstoornis. In dit deel kijken we naar een aantal andere problemen die niet direct aan een ontwikkelingsgebied en/of de neurobiologische stoornis te koppelen zijn, maar die er wel mee te maken hebben of er sterk door beïnvloed worden.
In dit hoofdstuk komen allereerst een aantal biologische onderwerpen aan de orde, zoals slapen, eten en zindelijkheid. De hoofdstukken erna wordt er dieper ingegaan op sociaal-emotionele vaardigheden. Daarna komen er zaken aan de orde die het welzijn van de mens negatief kunnen beïnvloeden en de gevolgen daarvan. Het deel wordt beëindigd met de verschillen tussen mannen en vrouwen.

Bij autisten komen vaak problemen voor met het slapen, het eten en de zindelijkheid (met name kinderen). Het zijn vervelende problemen die erg storend kunnen zijn voor henzelf en/of de omgeving, maar die meestal niet zo erg zijn dat ze als aparte stoornis kunnen worden gezien. Opvallend is dat veel autisten hier last van hebben en het dus gerelateerd lijkt aan ASS.

Allereerst wordt er gekeken naar de relatie met slapen. Goed en voldoende slapen is erg belangrijk voor een mens. Slapen wordt omschreven als een verminderd bewustzijn waarbij we prikkels minder waarnemen en waarbij zowel het lichaam als de geest tot rust komen. Maar ondanks dat de geest tot rust lijkt te komen, weet men tegenwoordig dat de hersenen op bepaalde tijden juist erg actief zijn tijdens de slaap om informatie te verwerken. Er zijn nog veel vragen rondom het slapen, maar er is in ieder geval vastgesteld dat slapen een noodzakelijke behoefte is. Je kunt namelijk niet lang zonder slaap, want na ongeveer 48 uur wakker te zijn geweest val je gewoon in slaap of je nu wilt of niet, waar je ook bent.

Tijdens het slapen, wordt het bewustzijn minder. De hartslag vertraagt, de ademhaling gaat langzamer, de spieren ontspannen zich, de bloeddruk daalt en de spijsvertering, stofwisseling en hersenactiviteit vertragen. Deze verlaagde hersenactiviteit betekent dat de hersenen prikkels van buitenaf weren, waardoor het bewustzijn vermindert. Tijdens de slaap worden herstelprocessen in gang gezet, zoals bijvoorbeeld bij spierweefsel of wonden. En wanneer je ziek bent, helpt slapen bij het herstel, omdat de energie ingezet kan worden voor het herstel van bijvoorbeeld het immuunsysteem. Slaap is dus hard nodig voor ons lichaam.
Maar ook zeer belangrijk voor onze geest, want als men te weinig slaapt is dat van invloed op het concentratievermogen, de reactiesnelheid, het nemen van besluiten, het plannen, het tijdsbesef, het herinneren (geheugen) en zelfs de manier waarop we praten (spraakvermogen). Te weinig slaap zorgt er ook voor dat je impulsiever en minder creatief bent. Daarnaast heeft het ook een effect op de emoties en emotieregulatie.
We zien dus dat slaap hard nodig is voor de hersenen. Hierbij valt op dat de hierboven genoemde problemen door te weinig slapen voornamelijk te maken hebben met functies van de linker-hersenhelft en de executieve functies (de EF’s).

Er zijn verschillende slaapstadia (ook wel slaapfases genoemd). Allereerst worden de meeste mensen slaperig. Dit geeft aan dat ze klaar zijn om naar bed te gaan. Slaperig worden gebeurt wanneer het lijf melatonine aanmaakt. Melatonine is een hormoon dat het lichaam zelf produceert en invloed heeft op het slapen (zie Hoofdstuk 6 Behandeling van Autisme Spectrum Stoornissen). In de loop van de middag en avond maakt het lijf steeds meer melatonine aan. Licht en donker zijn hierbij van invloed. Des te donkerder ‘s avonds, des te meer melatonine er aan wordt gemaakt.
Wanneer men in bed ligt, volgt op een gegeven moment het in slaap vallen. Hierbij is het dus belangrijk dat het donker is, zodat het melatonine gehalte hoog is, maar het is ook belangrijk dat je je veilig voelt en dat je rust hebt in je hoofd en in je lijf zodat je je kunt ontspannen.
Wanneer men in slaap is gevallen volgen de REM slaap en de non-REM slaap elkaar op, oftewel de slaapcyclus, waarbij er zo’n 5 keer per nacht REM slaap plaatsvindt. REM slaap wil zeggen: Rapid Eye Movement. Tijdens de slaap zijn er tijden waarop de ogen snel heen en weer gaan en de hersenen zeer actief zijn. Dit heet de REM slaap. Tijdens de REM slaap, slaapt men zeer diep en droomt men. De ademhaling en hartslag gaan iets sneller, maar verder is men nog ‘buiten bewustzijn’ en wordt er totaal niet bewogen. Deze REM slaap lijkt belangrijk te zijn voor ons brein, omdat men ervan uitgaat dat tijdens de REM slaap informatie verwerkt wordt door het geheugen, zoals het opslaan of wissen van herinneringen en het opruimen en sorteren van informatie.
Aan het einde van de slaapcyclus is het melatoninegehalte in het lijf gezakt en word je wakker. Wanneer je midden in een REM slaap wakker (gemaakt) wordt, word je veel alerter wakker dan wanneer je wakker wordt uit een non-REM slaap. Wanneer mensen uit zichzelf wakker worden (dus zonder wekker), worden de meeste mensen uit een non-REM slaap wakker.
Het melatoninegehalte wordt gedurende de dag weer langzaam opgebouwd tot je ‘s avonds weer moe bent en wilt slapen.

Zoals gezegd hebben veel autisten moeite met slapen, voornamelijk met het inslapen, maar vaak ook met het doorslapen en soms zelfs met te vroeg wakker worden. Op zich maakt het niet uit wanneer je inslaapt als je maar voldoende kunt slapen. Het wordt een probleem wanneer je op een bepaalde tijd op moet staan en je niet op tijd in kunt slapen om zo de benodigde slaap te kunnen krijgen.
Slaapproblemen kunnen met meerdere dingen te maken hebben. Het kan te maken hebben met lichamelijke problemen, zoals pijnklachten bij bijvoorbeeld reuma. Maar het kan ook te maken hebben met gewoontes die het in slaap vallen niet bevorderen, zoals bijvoorbeeld tot laat televisie blijven kijken of veel en vet eten ‘s avonds laat. Daarnaast kunnen psychische zaken een rol spelen, zoals zorgen, angst of depressie.
De mogelijke oorzaken zijn natuurlijk per persoon verschillend, maar het is erg belangrijk dat er goed aandacht aan wordt besteed, omdat een slaaptekort veel klachten kan veroorzaken. Bij autisten zonder lichamelijke klachten, kunnen de gewoontes het beste onder de loep worden genomen, alsmede de mate van stress. Omdat autisten over het algemeen meer stress ervaren op een dag dan andere mensen (zie deel 3) is het belangrijk dat er ruim voor het naar bed gaan tijd is om de stress van de dag te verwerken en tot rust te komen. En omdat de hormonen die te maken hebben met het in slaap vallen (melatonine) gevoelig zijn voor licht en donker, is het goed om tijdens het tot rust komen niet teveel licht aan te hebben, waarbij moet worden opgemerkt dat schermen van televiesie, computer, telefoon, tablet en dergelijke een negatieve werking hebben op het melatoninegehalte, omdat dat teveel lichtprikkels geeft.

Net als slapen zijn eten en drinken basisbehoeften van mensen. Een mens kan niet zonder eten en drinken. Het is belangrijk dat er regelmatig, voldoende en gezond gegeten en gedronken wordt, omdat eten en drinken het lichaam voorzien van energie en voedingsstoffen.
Het komt wel voor dat iemand een allergie heeft voor bepaald voedsel, waarbij het lichaam niet goed tegen een bepaalde stof in dat voedsel kan. Dan kan dat voedsel beter vermeden worden. Natuurlijk kan het ook voorkomen dat iemand moeite heeft met eten en/of drinken door een lichamelijk probleem, zoals kauwen en slikken of maag-darmklachten.
Maar het tegenovergestelde kan ook, namelijk dat iemand ‘cravings’ krijgt wanneer het lichaam niet het juiste uitgebalanceerde voedsel krijgt. Er ontstaat dan een hunkering naar bepaald voedsel, hoewel dat niet altijd het voedsel is dat het lichaam nodig heeft. Meestal is het iets dat je erg lekker vindt, ongeacht de voedingswaarde van dat bepaalde eten. Iedereen heeft wel eens een ‘craving’ (hunkering), maar sommige mensen hebben er meer last van dan anderen. Verkeerde gewoontes kunnen hier ook een rol bij spelen.
Het lijf geeft meestal aan wanneer het eten en drinken nodig heeft en wanneer het verzadigd is.
Te veel eten en drinken, te weinig eten en drinken, ongezond eten en drinken, het heeft allemaal invloed op de lichamelijke, maar ook de geestelijke gesteldheid en het gedrag. Er wordt nog volop onderzoek gedaan naar de samenhang tussen eten, cognitie, emotie en gedrag. Bij die onderzoeken wordt aangenomen dat er een samenhang is tussen bepaalde voedingsstoffen en de werking van het brein en de emoties (gemoedstoestand). Deze beïnvloeden op hun beurt weer het gedrag.
Er zijn natuurlijk al tal van onderzoeken gedaan die hebben uitgewezen dat bepaalde voeding en voedingsstoffen een aantal lichamelijke klachten kunnen helpen voorkomen of genezen, omdat die voeding vitaminen en mineralen bevat die het lichaam nodig heeft (bijvoorbeeld vitamine C tegen scheurbuik). Maar het is moeilijker om te bewijzen dat bepaalde voeding en voedingsstoffen van invloed zijn op de cognitie, de emoties en het gedrag.
Toch lijken de onderzoeken logisch, want je kunt vaak merken dat wanneer iemand honger heeft, hij over het algemeen een verminderde concentratie heeft en zijn humeur er meestal niet op vooruit gaat. Ook kan iemand bij bijvoorbeeld stress of vermoeidheid juist meer of minder gaan eten. Dit duidt in ieder geval op een link tussen eten en gemoedstoestand (hoe je je voelt). En hoe je je voelt beïnvloedt weer het gedrag, want je reageert op hoe je je voelt.
Algemeen wordt aangenomen dat bepaalde voedingsstoffen een directe invloed hebben op de cognitie en het gedrag, zoals bijvoorbeeld omega 3, maar de onderzoeksresultaten daarover zijn tegenstrijdig. Wel kan er gezegd worden dat de cognitie profiteert van goede uitgebalanceerde voeding, omdat men zich dan lichamelijk en emotioneel beter voelt en men meer openstaat voor informatie. Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen voornamelijk op voeding letten, maar dat daarbij drinken niet vergeten moet worden, want wanneer er niet regelmatig, voldoende en gezond gedronken wordt, kan dit evengoed (verregaande) lichamelijke (en daardoor geestelijke) ongemakken veroorzaken.

Veel autisten hebben problemen met het regelmatig, voldoende en gezond eten en drinken. Er worden veel speculaties gedaan waarom dit het geval is. Er kunnen natuurlijk uiteenlopende redenen voor zijn, bijvoorbeeld communicatieproblemen (het kenbaar maken van voorkeuren), moeite met sociale regels of motoriek (maaltijdetiquette) of structuur en context (waarbij het aangeboden eten niet precies hetzelfde eruit ziet als eerst of op de verkeerde plek of tijd wordt aangeboden). Hoewel deze problemen inderdaad voorkomen, spelen gevoeligheid in de mond en problemen met het gevoel van honger, dorst en verzadiging meestal ook een grote rol bij normaal- tot hoogbegaafde autisten.

Een groot deel van de autisten heeft moeite met de gevoeligheid van de mond. Zij hebben moeite met verschillende texturen en temperaturen van eten. Vaak willen ze het eten liever niet door elkaar gemengd hebben, omdat de smaken en texturen dan gemengd worden wat weer een heel andere sensatie geeft. De mond is een heel gevoelige plek waar geur, smaak, textuur en temperatuur een grote rol spelen. Daarnaast verandert eten door het in de mond te stoppen. Er komt spuug bij en je kauwt het waardoor de geur, smaak, textuur en temperatuur kunnen veranderen. Het doorslikken van het eten geeft weer een andere beleving ervan. Eten is dus eigenlijk een heel indringende en intieme ervaring.

Meestal hebben autistische kinderen meer moeite met eten dan autistische volwassenen. Eten is namelijk niet alleen iets dat je doet, maar ook dat je leert. Wanneer er geen lichamelijke problemen zijn die het eten belemmeren, maar vooral sensorische problemen (gevoeligheid) kun je in principe bijna alles leren eten. Door ervaringen met verschillende gerechten op te doen, leer je meer verschillende gerechten te eten. Door te leren over gezonde voeding, kun je jezelf aan (bepaald) eten laten wennen. Door het zelf klaar te maken, heb je controle over wat er in een gerecht gaat en kun je het naar eigen smaak samenstellen. Wanneer een kind een moeilijke eter is, wil dat niet zeggen dat hij als volwassene ook een moeilijke eter zal zijn. Wel zal het ouders zorgen geven of het kind voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt en zullen de meeste ouders hun best doen hun kinderen te stimuleren te eten. Hierbij is het belangrijk dat de mate van stress (voor zowel de ouder als het kind) beperkt blijft, zodat eten niet geassocieerd wordt met een stressvolle bezigheid (hoewel dit natuurlijk makkelijker gezegd is dan gedaan).

Naast de gevoeligheid van de mond, kunnen autisten ook moeite hebben met het gevoel van honger, dorst of verzadiging. Een groot aantal autisten voelt honger of dorst niet en sommigen voelen het ook niet wanneer ze vol zitten (verzadiging). De prikkels die het lijf daarover doorgeeft komen niet of minder goed binnen of worden minder goed verwerkt.
Wanneer dat het geval is, is het van belang dat de dag structuur heeft, zodat aangeleerd wordt wanneer en hoeveel er op bepaalde tijden gegeten en gedronken moet worden. Na verloop van tijd raakt het lichaam hieraan gewend en kan het beginnen te voelen en te herkennen wanneer er honger of dorst is.

Naast het belang van slapen, eten en drinken, is zindelijkheid belangrijk voor een mens. De controle leren hebben over de sluitspier is hierbij van belang. Daar wordt men niet mee geboren, maar dit ontwikkelt zich in de eerste levensjaren. Het is een biologisch proces.
Daarnaast wordt een kind op een bepaalde leeftijd, meestal tussen de 2 en 4 jaar, geacht gebruik te leren maken van een potje en later de w.c.. Het is daarbij belangrijk dat een kind belangstelling heeft voor het naar de w.c. gaan. Hij moet het zelf willen.
Als laatste is het belangrijk dat je lijf de signalen van aandrang goed doorgeeft, zodat je leert herkennen wanneer je naar de w.c. moet gaan.
Wanneer het biologische proces prima is verlopen en het lijf dus controle heeft over de sluitspieren (rond de 9 maanden) is het dus belangrijk om het kind bewust te maken van het naar de wc. gaan en het te stimuleren gebruik te maken van het potje (en later de w.c.) wanneer het daaraan toe is. Meestal is dat rond de 18 maanden. Hierbij is het belangrijk dat het kind ontspannen kan zitten. Daarom wordt aangeraden dat het kind eerst op het potje zit, omdat het dan met zijn voeten bij de grond kan en het gat niet zo groot is dat hij het gevoel heeft dat hij erin kan zakken. Wanneer het kind bang is of stress ervaart om één of andere reden, zal het minder geneigd zijn te plassen en te poepen. Het wordt dan eerder opgehouden, wat natuurlijk niet goed is en verstopping of diarree kan veroorzaken.

Bij autistische kinderen kan het zijn dat zij pas later toe zijn aan zindelijkheidstraining, omdat zij op dat moment niet de interesse hebben om naar de wc. te gaan. Het kan zijn dat zij op het moment dat ze er aan toe zouden moeten zijn (rond 1,5 jaar), bezig zijn met andere dingen.
Daarnaast is het zo dat veel autisten moeite hebben om de aandrang te voelen of om wat ze voelen te interpreteren als zijnde aandrang. Dit heeft weer met de sensorische informatieverwerking te maken. Wanneer je de aandrang niet (goed) doorkrijgt of wanneer je niet (goed) begrijpt wat je voelt, kan het (plotseling) uitscheiden van stoffen een vervelende ervaring zijn. Alsof je er geen controle over hebt. Daarom kan het voorkomen dat zelfs als autistische kinderen eigenlijk al zindelijk zijn, ze nog het liefst met een luier om willen lopen (voor de zekerheid).
Later wanneer de kinderen wat groter zijn, kan het dus voorkomen dat ze nog steeds ongelukjes hebben. Dit kan komen doordat de sensorische informatie niet goed doorkomt, maar ook door een combinatie van het niet goed doorkomen van de informatie en het volledig opgaan in een andere bezigheid zodat de informatie niet wordt opgemerkt (zie Hoofdstuk 10 Opvallendheden bij autisme nader belicht en Hoofdstuk 15 Motorische ontwikkeling).
Weer valt het op dat het belangrijk is om informatie op de juiste tijd en de juiste manier aan te bieden aan autistische kinderen, want kleine kinderen leer je dat sensaties als bijvoorbeeld buikpijn verband kunnen houden met aandrang om naar de wc. te gaan, maar oudere kinderen (vanaf 4 jaar) meestal niet meer.

Bij zowel het slapen als het eten en het zindelijk worden valt op dat er vooral weer problemen lijken te zijn met de sensorische informatieverwerking. In Hoofdstuk 15 Motorische ontwikkeling kwam al eerder aan bod dat het doorgeven van informatie van de innerlijke organen aan de hersenen interoceptie wordt genoemd.
Interoceptie is dus het doorgeven van prikkels van het hart, de longen, de blaas en darmen, de maag en het melatoninegehalte in het lijf. Het zorgt voor het gevoel van slaap, honger, dorst, verzadiging, aandrang om naar de wc. te gaan, het ademhalen en de hartslag.
Er lijken niet veel autisten te zijn die specifieke problemen hebben met ademhalen en het hart, maar dat zijn dan ook processen die al automatisch gaan sinds de geboorte of al ervoor, tijdens de zwangerschap. Pas wanneer er op ademhalen gewezen wordt (bewust ademhalen bij yoga bijvoorbeeld), kan het zijn dat sommige autisten daar moeite mee hebben en zich benauwd voelen of te krampachtig gaan ademen. Hoewel er ook autisten zijn die juist baat hebben bij bewust ademhalen om rustig te worden.
Ook kan het voorkomen dat er problemen zijn met het tegelijk ademhalen en eten, waardoor men zich meer kan verslikken of met open mond eet. Er zijn bijvoorbeeld veel autisten die door de mond ademhalen in plaats van door de neus, wat gevolgen kan hebben voor de mondmotoriek, het eten en het slapen. Hoewel er daarentegen heel wat autisten zijn die daar geen last van hebben.
Behalve het minder goed opmerken van prikkels, is het ook mogelijk dat er juist teveel van de innerlijke activiteiten gevoeld wordt, waardoor bijvoorbeeld de hartslag of het ademhalen irriterend en afleidend kunnen zijn.

Interoceptie is niet alleen belangrijk bij het niet, minder of juist teveel voelen van innerlijke prikkels, het is ook heel belangrijk bij het voelen van emoties, omdat emoties binnen in het lijf gevoeld worden (zie Hoofdstuk 10 Opvallendheden bij autisme nader belicht). Wanneer je zenuwachtig bent, kun je het op vele plekken in je lijf voelen. Je hart klopt sneller, je ademt wat sneller en oppervlakkiger, je krijgt zweethanden, je voelt je maag kriebelen, je moet naar de wc., je hebt geen trek, maar wel dorst. Allemaal mogelijke signalen van zenuwachtigheid.
Het lijf geeft dus bepaalde signalen door aan de hersenen die de informatie ontvangen en verwerken. Het interpreteren wat die signalen kunnen betekenen wordt je over het algemeen in je jeugd geleerd. Het verband tussen de signalen en de betekenis ervan wordt door de omgeving aangeleerd. Omdat er regelmatig iets mis gaat met de sensorische informatieverwerking en de interactie tussen de omgeving en de autistische persoon, kan er ook heel wat mis gaan met het interpreteren van de signalen die doorkomen.
Wanneer iemand met autisme moeite heeft met de interoceptie en de interactie met de omgeving kan het zijn dat de signalen van bijvoorbeeld zenuwachtigheid niet als zenuwachtigheid herkent worden, maar dat die persoon het beleeft als bijvoorbeeld ziek zijn. De reactie van de persoon die het beleeft als zenuwachtigheid en de persoon die het beleeft als ziek zijn zal ook anders zijn. Bij zenuwachtigheid zal iemand wellicht ademhalingsoefeningen doen om rustig te worden. Bij ziekte zal iemand liever gaan liggen en zich afvragen wat er met hem aan de hand is.
Interoceptie speelt dus een grote rol bij emoties en emoties spelen een grote rol bij gedrag. Daarnaast is interoceptie ook van invloed op zelfregulatie, omdat er, wanneer de signalen vanuit het lijf niet goed doorkomen of niet goed worden geïnterpreteerd, voorbijgegaan wordt aan de benodigdheden van het lijf en men het lijf daardoor niet goed reguleert. Hierbij kan dus aan lichamelijke ongemakken voorbijgegaan worden (worden niet herkend), totdat ze de persoon zo uit zijn doen brengen dat het gedrag erdoor beïnvloed wordt. Dit maakt het weer moeilijker om te bepalen waar het gedrag vandaan komt, omdat het onderliggende lichamelijk ongemak niet herkend wordt. Bijvoorbeeld niet herkennen dat je honger hebt en daardoor enorm chagrijnig worden, maar niet de oorzaak van de slechte bui weten.
De moeilijkheden die veel autisten hebben met slapen, eten en zindelijkheid kunnen dus verschillende oorzaken hebben; van lichamelijke problemen, verkeerde gewoontes en stress tot het niet goed (of teveel) kunnen voelen, herkennen of interpreteren van innerlijke prikkels (interoceptie).

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende