Naast de prikkels die het lijf doorgeeft, is communicatie met de omgeving heel belangrijk, omdat de omgeving op die manier helpt om vaardigheden aan te leren en om prikkels te leren herkennen. In dit hoofdstuk wordt er dieper ingegaan op de communicatie en sociale interactie die vaak problemen opleveren tussen autisten en hun omgeving. Communicatie is nodig bij het leren begrijpen van zichzelf, van anderen, van situaties en de omgeving als geheel. Dat geldt voor iedereen, dus ook voor autisten.

Communicatie is meer dan praten alleen. Het is het overbrengen van informatie naar een ander. Bij communicatie moet er een zender zijn die een boodschap stuurt, maar ook een ontvanger die de boodschap ontvangt. Je kunt met een ander communiceren door te praten (auditief), te gebaren (visueel), aan te raken (tast), beelden te gebruiken (plaatjes, film) en te schrijven of typen (brief, sms, e-mail, enz.).
Interactie wordt wel eens als synoniem gebruikt voor communicatie, maar het betekent eigenlijk ‘wisselwerking’. Dit kan een wisselwerking zijn tussen zaken, processen of personen. Wanneer er een wisselwerking tussen personen plaatsvindt, heet dat sociale interactie. Het is niet alleen het overbrengen van een boodschap, maar ook het op elkaar reageren en het beïnvloeden van elkaar (het doet wat met je). Dit gebeurt door middel van communicatie.

Er komt veel meer bij communicatie en sociale interactie kijken dan veel mensen denken. Het is namelijk niet alleen het uitwisselen van boodschappen en het reageren op elkaar, maar ook het begrijpen van en afstemmen op elkaar. De ontvanger anticipeert wat de boodschap zou kunnen zijn van de zender en de zender anticipeert wat de reactie van de ontvanger kan zijn. Ook non-verbale communicatie, zoals gezichtsuitdrukkingen, tonatie van de stem en lichaamshouding, en het plaatsen van de boodschap in een context (bijvoorbeeld “Welterusten” bij het naar bed gaan) spelen een grote rol in het communiceren met en begrijpen van elkaar. Het beïnvloedt de boodschap die gegeven wordt in grote mate. Het is dus een gecompliceerd gebeuren. En omdat het zo’n gecompliceerd gebeuren is, kan er ook heel wat misgaan.

Wanneer je een boodschap over wilt brengen, moet je allereerst contact maken met de ander. De manier waarop dit gebeurt, kan van invloed zijn op hoe de communicatie en sociale interactie verloopt. Denk maar aan iemand die boos tegen je roept: “He, jij daar!” of iemand die rustig naar je toe loopt en je aandacht probeert te trekken door je aan te kijken of aan te raken. Een heel verschil. Bij het contact maken krijgt de ontvanger een enorme golf aan informatie over zich heen. De manier van contact maken, de non-verbale communicatie die afgegeven wordt, de ruimte waarin het contact plaatsvindt, en ga zo maar door. Het zijn allemaal stukjes informatie die (onbewust) afgegeven worden.
Wanneer je de aandacht van de ander hebt, kun je beginnen om je boodschap over te brengen. De boodschap moet eerst gehoord worden en daarna verwerkt. Soms hoort de ontvanger niet goed wat de boodschap is. Dat kan omdat de boodschap niet goed verstaan is. Iedereen heeft wel eens dat er storende geluiden of andere prikkels om je heen zijn waardoor je de boodschap niet goed kan verstaan. Maar het kan ook zijn dat de boodschap niet goed wordt verwerkt. Soms ben je (in je hoofd) zo druk bezig met iets anders dat de boodschap vertraagd of niet goed overkomt. Dit gebeurt regelmatig wanneer de zender al begint met de boodschap overbrengen voordat de ontvanger goed de aandacht heeft kunnen richten op de zender.

De manier waarop de zender de boodschap overbrengt is ook van belang. Of er gekozen wordt voor e-mail, telefoon of een persoonlijk gesprek heeft allemaal invloed op hoe een boodschap overkomt. De gemoedsstemming speelt daarbij een grote rol, vooral bij het overbrengen van een boodschap door middel van spraak. Spraak is een heel directe manier van communicatie, waarbij gevoelens vaak moeilijk te verbloemen zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand blij is, is het moeilijk om boos over te komen en andersom. Vooral via de telefoon heeft het grote invloed, omdat in een persoonlijk gesprek ook andere non-verbale zaken een rol spelen in het overbrengen van de boodschap die met de telefoon niet worden weergegeven.
Een boodschap via een persoonlijk gesprek is dus eigenlijk een kakofonie aan boodschappen. Wat er gezegd wordt is een, maar hoe een stem klinkt (waarin meestal het gevoel een grote rol speelt) is een ander, de manier van uitdrukken (de gekozen woorden) speelt mee, de gezichtsuitdrukking (expressief of juist vlak), de gebaren die iemand maakt (groot, klein, aanrakingen), de context van het gesprokene (of het duidelijk wordt waar het over gaat) geven allemaal een eigen boodschap af die door de ontvanger moet worden ontcijferd.

Wanneer er contact wordt gemaakt door de zender, weet de ontvanger dat er een boodschap aan zit te komen. De ontvanger vraagt zich af wat de ander zal gaan zeggen en kan dat soms al een beetje voorspellen. Dit wordt meestal niet bewust gedaan. Wanneer iemand je staande houdt op straat bijvoorbeeld, verwacht je waarschijnlijk dat er gevraagd gaat worden naar de weg. Wanneer de boodschap komt, moet de kakofonie aan informatie verwerkt worden. Alles moet met elkaar kloppen om er een samenhangend geheel van te kunnen maken. Dit gaat veelal ook onbewust. Het gesprokene staat meestal op de voorgrond, waarbij tonatie van de stem, gezichtsuitdrukking, houding en gebaren ook mee worden genomen.
Daarnaast is de ruimte waarin men communiceert ook van belang. Wat er om de zender en ontvanger heen gebeurt, is van invloed. Daardoor ontstaat er een soort hiërarchie van informatie die allemaal meespelen met het overbrengen en ontcijferen van de boodschap. Wanneer al deze informatie even hard binnenkomt en het moeilijk is om de belangrijkheid aan informatie te ordenen, kunnen verwerkingsproblemen ontstaan bij het ontcijferen van de boodschap.
Nadat de boodschap is gegeven, verwacht de zender meestal (meteen) een boodschap terug. Een reactie van de ontvanger. De zender is al aan het anticiperen welke boodschap de ontvanger terug gaat zenden, terwijl de ontvanger, al tijdens het verwerken van de gekregen boodschap, een reactie aan het voorbereiden is. Dit betekent het vinden van de juiste woorden met bijpassende stem(ming) (meelevend, boos, etc.), de juiste gezichtsuitdrukking en gebaren.

Zoals al eerder gezegd is communicatie en sociale interactie een complex gebeuren, waarbij er heel wat mis kan gaan. En wanneer er problemen zijn op het gebied van de communicatie, of het spreken zelf (spraakprobleem), kan dit leiden tot problemen op het gebied van de sociale interactie en dus sociale contacten. Het geeft vaak emotionele problemen (gevoel van niet begrepen worden of van falen). Maar andersom kunnen emotionele problemen ook leiden tot problemen in de communicatie of spraak (dichtgeknepen keel bij verdriet of stamelen van de zenuwen).
Wanneer er sprake is van een andere beleving van de wereld en het voor sommige autisten niet duidelijk is wat ze voelen en waarom ze dat voelen, kan het in de weg staan van het probleemloos kunnen communiceren met anderen. De communicatie kan dan op een andere manier geïnterpreteerd worden (door beide partijen) of er kan een beleving zijn dat er vele opties mogelijk zijn waarop de sociale interactie kan verlopen (autist), waardoor onduidelijkheid ontstaat.

Naast het communiceren met ánderen, zijn er ook mensen die wel eens een monoloog houden of die tegen zichzelf praten. Eigenlijk kan het praten tegen zichzelf niet als communicatie gezien worden, omdat er geen sprake is van een zender die een boodschap overbrengt aan een ontvanger. Toch is het van belang het te noemen, omdat veel mensen door tegen zichzelf te praten een gevoel van eenzaamheid verdrijven, hoewel mensen ook vaak tegen zichzelf praten om hun gedachten te ordenen. In dat laatste opzicht is de zender eigenlijk ook de ontvanger en zou je het wel degelijk kunnen zien als communicatie.
Of een monoloog onder communicatie valt of niet is afhankelijk van de vorm waarin een monoloog wordt gehouden. Het woord monoloog komt uit het Grieks en betekent alleenspraak, wat meestal zonder toehoorders is en kan dus gezien worden als een vorm van het tegen zichzelf praten. Maar het kan ook in de vorm van een toespraak zijn. In dat geval is er wel heel duidelijk sprake van communicatie, omdat het een boodschap is die de zender aan meerdere ontvangers tegelijk stuurt. Daarnaast kan een monoloog ook een functie hebben op het gebied van de taalverwerving, waarin nieuwe taalverworvenheden worden herhaald. Dat wil zeggen, het inprenten en inoefenen van nieuwe informatie, kennis en vaardigheden. Het tegen zichzelf praten of een monoloog houden, kan dus erg nuttig zijn.

Zoals in Hoofdstuk 16 Cognitieve ontwikkeling al naar voren is gekomen leert een mens eerst een taal begrijpen, voordat het zelf in staat is de taal te (re)produceren. Wanneer iemand moeite heeft met het produceren van taal, wil het daarom dus niet zeggen dat die persoon niet begrijpt wat er gezegd wordt. Veel mensen zonder stoornissen of problemen gaan hier de mist mee in wanneer ze in gesprek zijn met mensen met een communicatieprobleem of -stoornis of een andere beperking. Vaak wordt er niet eens contact gemaakt met die persoon of wordt er niet tegen die persoon gesproken, maar eerder met anderen om hen heen. Soms wordt er zelfs over de persoon met het probleem of de stoornis gesproken in zijn bijzijn alsof die niets zou begrijpen van wat er gezegd wordt. Het niet verstaan en begrepen worden en/of het niet serieus genomen worden door anderen door een probleem in de communicatie is een groot obstakel om gewoon mee te kunnen doen met anderen in de samenleving en geaccepteerd en gerespecteerd te worden.

Communicatie is dus essentieel voor het goed kunnen functioneren in de maatschappij, omdat je anderen in de maatschappij nodig hebt. Om met anderen in contact te komen en relaties aan te gaan, zijn communicatie en sociale interactie erg belangrijk. Wanneer de communicatie en/of de sociale interactie niet goed verlopen, kan dat grote gevolgen hebben voor de sociale status.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende