Een Autisme Spectrum Stoornis wordt in de wetenschap gezien als een levenslange stoornis die een verminderde kwaliteit van leven geeft. Kwaliteit van leven wordt beïnvloed door de psychologische gezondheid van een persoon. Zoals in andere delen van het boek beschreven staat, ervaren veel autisten moeilijkheden op het gebied van de psychologische gezondheid. Er is onder autisten meer sprake van psychische en somatische (lichamelijke) klachten dan bij mensen zonder ASS wat de kwaliteit van leven hevig kan beïnvloeden. Soms zijn de klachten zo ernstig en/of specifiek dat er sprake is van een andere stoornis naast de autistische stoornis. Het tegelijkertijd voorkomen van ASS + een andere stoornis heet comorbiditeit (zie Hoofdstuk 4 Neurobiologische ontwikkelingsstoornis).
Bij comorbiditeit zijn er verschillende vormen te onderscheiden. Concurrente comorbiditeit is het gelijktijdig voorkomen van meerdere stoornissen. Successieve (elkaar opvolgende) comorbiditeit is het voortvloeien van de ene stoornis in de andere stoornis. Wanneer iemand twee of meer stoornissen heeft van eenzelfde diagnostische groep heet dat homotypische comorbiditeit. En bij twee of meer stoornissen uit verschillende diagnostische groepen heet dat heterotypische comorbiditeit.
Bijvoorbeeld bij ASS + ADHD is er sprake van een concurrente homotypische comorbiditeit, omdat ze, volgens de DSM, beiden (levenslang) naast elkaar bestaan en uit dezelfde diagnostische groep (neurobiologische ontwikkelingsstoornis) komen.
Maar wanneer iemand ASS + depressiviteit heeft, is er sprake van een successieve, heterotypische comorbiditeit, omdat de depressie meestal uit de ASS is voortgekomen en het niet beiden onder dezelfde diagnostische groep valt.
Wanneer er sprake is van een comorbiditeit, kan het zijn dat de ene stoornis de andere ‘maskeert’. Symptomen kunnen op elkaar lijken of toebedeeld worden aan een andere oorzaak door het voorkomen van twee of meer stoornissen tegelijk. Hierdoor kan het zijn dat de behandeling niet of minder goed verloopt, omdat de stoornissen elkaar aan de ene kant versterken en aan de andere kant elkaar kunnen maskeren. Het is ingewikkeld om uit te zoeken van welke stoornis(sen) er precies sprake is en hoe iemand het beste geholpen kan worden. Soms gaat het daarom wel eens mis.

Omdat niet alle mogelijke stoornissen en problematieken waarmee een comorbiditeit met ASS kan zijn in dit boek kunnen worden besproken, zal er een keuze gemaakt moeten worden. Om een goede keuze te kunnen maken, wordt er gekeken naar de beschikbare gegevens over hoeveel autisten een comorbiditeit hebben (gehad) met een andere stoornis en om welke stoornis(sen) het vooral gaat. Veel bronnen geven aan dat bepaalde stoornissen en problematieken vaker voorkomen bij mensen met een ASS dan andere stoornissen en problematieken, maar er wordt niet aangegeven hoe men aan die gegevens is gekomen. De weinige concrete gegevens die hierover te vinden zijn (bijvoorbeeld door vragenlijsten), zijn daarom leidend geweest bij het schrijven van dit hoofdstuk.

Allereerst is het belangrijk te weten hoeveel mensen er zijn met een ASS. Er wordt geschat dat zo’n 1 – 3% van de mensen een Autisme Spectrum Stoornis hebben. Daarvan heeft ongeveer 80% (een keer) te maken (gehad) met comorbiditeit of een hoge mate van psychologisch disfunctioneren. Comorbiditeit komt dus veel voor bij autisten, zowel bij kinderen als bij volwassenen.
Het blijkt dat de meest voorkomende combinaties van ASS met andere stoornissen betreffen (op volgorde van meest voorkomend naar minst voorkomend): ADHD, verstandelijke beperking, stemmingsstoornissen zoals depressie, angststoornissen, leerstoornissen, motorische beperkingen, spraak-taalstoornissen, epilepsie, ticstoornissen zoals Gilles de la Tourette, OCD (Obsessive Compulsive Disorder oftewel dwangstoornis), gedragsstoornissen, psychoses, persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen, Posttraumatische Stressstoornis (PTSS), verslaving, visuele handicap, auditieve handicap, een syndroom (bijvoorbeeld Down of Fragile X) en schizofrenie. Daarnaast kunnen er ook andere stoornissen en problematieken zijn, zoals bijvoorbeeld hoogbegaafdheid en sensorische informatieverwerkingsproblemen (ook wel sensorische integratieproblemen of zelfs sensorische integratiestoornis genoemd). Hoogbegaafdheid en sensorische informatieverwerking worden niet omschreven in de DSM. Hoe vaak deze voorkomen in combinatie met ASS is daarom ook niet bekend.

Hoewel deze gegevens over comorbiditeit met ASS interessant zijn, zegt het echter niet zoveel zonder de algemene gegevens erbij te halen. Het is beter om te kijken naar welke stoornissen of problematieken bij mensen uit de algehele bevolking het meest voorkomen en dit te vergelijken met de bovenstaande informatie over mensen met ASS die die stoornis of problematiek hebben. Wanneer we dat doen valt op dat het over het algemeen niet veel van elkaar afwijkt. Veel van de genoemde percentages komen met elkaar overeen, zoals bijvoorbeeld bij ADHD, leerstoornissen, motorische beperkingen, spraak-taalstoornissen, ticstoornissen, OCD, eetstoornissen, visuele handicaps, auditieve handicaps en schizofrenie.

Daarnaast zijn er stoornissen en problematieken die veel vaker voor lijken te komen bij de algehele bevolking dan bij autisten, zoals bijvoorbeeld depressie, angststoornissen, epilepsie, gedragsstoornissen, psychoses, persoonlijkheidsstoornissen, PTSS en verslaving. Wel is het hierbij belangrijk om in gedachten te houden dat een comorbiditeit altijd moeilijker te diagnostiseren is, waardoor sommige stoornissen minder duidelijk naar voren zouden kunnen komen. Ook zal van sommige kenmerken aangenomen worden dat ze bij ASS horen en dus niet herkend worden als zijnde een onderdeel van een andere stoornis. Maar dat neemt niet weg dat sommige stoornissen/problemen zoveel vaker voor lijken te komen bij de algehele bevolking dan bij autisten dat gesteld kan worden dat deze bij autisten minder vaak voorkomen.

Opvallende verschillen zie je bijvoorbeeld bij gedragsstoornissen. Het aantal mensen dat ooit wel eens last heeft gehad van een gedragsstoornis of ernstige gedragsproblemen ligt significant hoger bij de algehele bevolking (ongeveer een vijfde deel) dan bij autisten (een honderdste deel). Voor een deel is dat natuurlijk te verklaren doordat problematisch gedrag vaak gezien wordt als zijnde onderdeel van de ASS, maar het verschil in percentages lijkt te groot om dat helemaal op die manier te kunnen verklaren. Een logische conclusie zou daarom kunnen zijn dat er wellicht juist minder vaak sprake is van gedragsstoornissen bij autisten dan bij de gemiddelde bevolking. Een verklaring voor de mening die veel mensen hebben dat autisme juist een gedragsstoornis is, kan zijn dat er bij autistische kinderen (en autisten met een comorbiditeit met bijvoorbeeld een verstandelijke beperking) vaker sprake is van externaliserend gedrag voortkomend uit frustraties die het leven oproepen door de ASS wat verward kan worden met het hebben van gedrag dat voortkomt uit een gedragsstoornis (zie Hoofdstuk 10 Opvallendheden bij autisme nader belicht).

Een andere mening die vaak gehoord wordt over autisten is dat zij eerder kans hebben verslaafd te raken dan andere mensen. Verslaving is een lastig onderwerp, want men kan niet alleen verslaafd zijn aan verdovende middelen, maar ook aan koffie, tabak, gamen of heel andere dingen. Uit de weinige gegevens die beschikbaar zijn, komt niet duidelijk naar voren om wat voor soort verslaving(en) het gaat. Het is dus lastig om hier iets over te zeggen. Maar algemene gegevens wijzen erop dat bijna een tiende deel van de bevolking ergens aan verslaafd is, waarbij het daarbij voor drie kwart gaat om legale middelen. Het aantal autisten dat verslaafd lijkt te zijn (geweest) is beduidend minder (minder dan een honderdste deel). Deze gegevens lijken de algemene opvatting dat autisten eerder geneigd zouden zijn tot verslavingen dan neuro-typische mensen tegen te spreken.

Echter bij andere stoornissen of problematieken die volgens de gegevens bij de algemene bevolking veel vaker voorkomen dan bij autisten laten zien dat het andersom ook het geval kan zijn. Omdat psychologisch disfunctioneren zo vaak voorkomt bij autisten, komt een depressie waarschijnlijk minder snel aan het licht bij iemand met een ASS, terwijl er wel degelijk van een depressie sprake kan zijn (zie Hoofdstuk 21 Stress, angst, depressie en minderwaardigheidscomplex). Juist omdat deze stemmingsstoornis regelmatig voortvloeit uit de ASS problematieken (successieve heterotypische comorbiditeit), is het vaak moeilijker te herkennen. Ook zullen autisten waarschijnlijk minder snel hulp zoeken bij psychologische problemen, omdat ze altijd al meer problemen hebben ervaren op dit gebied, ze de oorzaak eerder in zichzelf zoeken en anderen minder snel vertrouwen om te begrijpen wat er in hen omgaat.

Opvallend is dat de weinige beschikbare gegevens laten zien dat er geen bepaalde stoornissen of problemen vaker voor zouden komen bij autisten. Dit veronderstelt dat wanneer er sprake is van autisme, er geen verhoogd risico hoeft te zijn op een andere stoornis of problematiek dan bij de bevolking in zijn algemeenheid.

Wat jammer is, is dat er praktisch geen gegevens bekend zijn over hoeveel autisten ook hoogbegaafd zijn en/of sensorische informatieverwerkingsproblemen hebben, omdat er zeer veel autisten zijn die moeilijkheden ervaren met de sensorische informatieverwerking (zie deel 4 en deel 5) en er geregeld (hoog)begaafdheid aan het licht komt bij autisten.

In dit deel van het boek zullen dus een paar stoornissen en problematieken belicht worden. Omdat er in het boek niet gesproken wordt over een verstandelijke beperking, wordt daar verder niet op ingegaan. Verder is er al eerder in het boek geschreven over depressie, angst, sensorische informatieverwerking, motoriek, eten, spraak-taalontwikkeling, gedrag en schizofrenie en wordt er daar ook niet verder op ingegaan.
Omdat er echter zowel bij de algemene bevolking als bij autisten zeer veel mensen met ADHD zijn (ongeveer een op de zeven mensen), zal deze stoornis wel worden belicht. En omdat een leerstoornis ook veel voorkomt bij de algehele bevolking en kinderen met ASS veel moeite kunnen hebben op school om zich staande te houden zonder leerstoornis, laat staan met leerstoornis, zal hier ook aandacht aan besteed worden. Er wordt echter begonnen met een hoofdstuk over hoogbegaafdheid, omdat dit boek specifiek gaat over normaal- tot hoogbegaafde autisten.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende