In dit deel van het boek is de comorbiditeit van ASS met andere stoornissen aan bod gekomen.
Ondanks dat er vaak gezegd wordt dat er een grotere kans is op het samengaan van bepaalde stoornissen met ASS is hier geen concreet bewijs voor gevonden. In vergelijking met de rest van de maatschappij komt er geen grotere, en bij sommige stoornissen juist wel een kleinere, kans op een comorbiditeit voor.

Hoogbegaafdheid wordt gemeten aan de hand van tests die de verstandelijke leeftijd delen door de chronologische leeftijd, waardoor er een score ontstaat die het gemeten IQ aangeeft. Bij het meten van het IQ wordt alleen gekeken naar de zogeheten intellectuele factoren, zoals het waarnemen, denken, analyseren en dergelijke. De niet-intellectuele factoren, zoals nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en zo worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
De tests zijn beïnvloedbaar door bijvoorbeeld scholing, fitheid enzovoort. Het IQ is daardoor niet makkelijk vast te stellen of volledig betrouwbaar en slechts 2 jaar geldig doordat een mens zich ontwikkelt.
Er kan een verschil gemeten worden in het begrijpen en in het uitvoeren van een taak. Wanneer er sprake is van een groot verschil (een kloof) ontstaat er een disharmonisch profiel. Het kan voor problemen zorgen op school en in het dagelijks leven.

Hoogbegaafden lijken een asynchronische ontwikkeling (scheefgroei) te hebben. De hersenschors (cortex) laat een andere ontwikkeling zien dan bij de meeste mensen. Desondanks is het niet als stoornis in de DSM opgenomen.
Slechts een klein deel van de hoogbegaafden is succesvol in het leven, doordat er vaak geen rekening gehouden wordt met het feit dat zij ondersteuning en begeleiding nodig hebben bij het zich ontwikkelen. Vooral op het gebied van de sociale contacten, het leren falen, de EF’s (executieve functies) en het zich eigen maken van leerstrategieën kunnen hoogbegaafden vaak extra ondersteuning en begeleiding gebruiken.
Doordat zij op sommige gebieden voorlopen op anderen, zoals bij het aanleren van de ToM (Theory of Mind), willen zij ook vaak volwassener behandeld worden. Overleg, uitleg, serieus genomen worden, respect tonen en rekening houden met hun rechtvaardigheidsgevoel is hierbij heel belangrijk.
Hoogbegaafden met en zonder ASS lijken daarom in veel opzichten op elkaar en kunnen elkaars gelijken zijn.

De ToM is meestal synoniem voor het hebben van empathie. Hoogbegaafden zouden een voorsprong hebben op het gebied van de ToM en autisten een achterstand.
Het lijkt er echter op dat autisten slechts op bepaalde punten van de ToM een achterstand zouden hebben en dat er op andere punten juist een voorsprong lijkt te zijn en op weer andere punten lijkt dezelfde ontwikkeling plaats te vinden als bij kinderen zonder ASS. Hierdoor lijken autisten problemen te kunnen krijgen op het gebied van de sociale omgang, maar kunnen ze juist wel empathisch zijn.
De sociale omgang kan geleerd en beredeneerd worden. De regels worden wel geleerd, maar zullen over het algemeen niet intuïtief ingezet (kunnen) worden. Doordat neuro-typische mensen zich niet altijd aan de regels houden, kan verwarring ontstaan. Doordat autisten de wereld anders beleven dan standaard, is het lastig voor neuro-typische mensen om dit te bevatten en er rekening mee te houden. Hierdoor kan wrijving ontstaan in het sociale contact.

Bij een leerstoornis is er sprake van moeilijkheden bij het zich aanleren van bepaalde vaardigheden. Een specifieke leerstoornis heeft betrekking op lezen, schrijven en rekenen. Mensen met een specifieke leerstoornis hebben daardoor moeite met de schoolse vakken. Het is heel belangrijk om de problemen goed in kaart te brengen, zodat er gerichte ondersteuning en begeleiding gegeven kan worden. Vaak doen kinderen met een specifieke leerstoornis een lagere opleiding, omdat zij minder goed mee kunnen komen in het schoolsysteem.
IQ tests zijn vaak talig en gestoeld op beredeneren (rekenen), waardoor de specifieke leerstoornis de score kan beïnvloeden. Hierdoor kan het zijn dat hoogbegaafdheid minder snel opgemerkt wordt.
Het hebben van een specifieke leerstoornis is van invloed op het dagelijks leven, doordat er in de maatschappij veel gebruik gemaakt wordt van tekst en getallen. Een specifieke leerstoornis is van invloed op hoe iemand zich voelt over zichzelf.

Mensen met ADHD hebben vaak moeite op het gebied van aandacht, impulsiviteit en hyperactiviteit. Sommigen hebben meer last van een tekort aan aandacht, anderen zijn daarbij ook hyperactief.
Niet iedereen ziet ADHD als een stoornis, maar meer als een normering (wat er nog als gewoon wordt beschouwd in de maatschappij).
Vanuit onderzoek komt naar voren dat de problemen vooral lijken te komen door een tekort aan bepaalde neurotransmitters in de prefrontale kwab, waardoor de meeste problemen ontstaan op het gebied van de executieve functies (EF’s).
Ook bij ADHD komen veel problemen voor op school en wordt er meestal een lager schoolniveau behaald, waardoor de stoornis vaker wordt waargenomen bij mensen in lagere sociale milieus. ADHD heeft ook een grote invloed op hoe iemand zich voelt over zichzelf.

In veel opzichten hebben al deze neurobiologische ontwikkelingsstoornissen veel gemeen. Sommige kenmerken en/of problemen lijken op elkaar. Ze hebben allemaal een grote invloed op de gemoedstoestand en het welzijn.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende