Zo’n 75 jaar geleden is de term autisme ontstaan. Een aantal wetenschappers hebben bepaald gedrag onderzocht en het autisme genoemd. Sinds die tijd zijn er verschillende theorieën ontstaan over wat autisme is en wat de oorzaak van autisme zou kunnen zijn.
De theorie dat het aan de moeder zou liggen, die het kind niet genoeg affectie getoond zou hebben, is mettertijd verworpen. Maar andere theorieën zijn gemeengoed geworden. Bijvoorbeeld de theorie van de CC (Centrale Coherentie), waarbij naar voren komt dat autisten het geheel niet zouden kunnen overzien, maar slechts details kunnen waarnemen, wordt algemeen aangenomen. Ook de theorie van het zich niet kunnen inleven en invoelen in anderen (de ToM, Theory of Mind), is gemeengoed geworden. Iedereen is tevens bekend met de theorie dat autisten snel overprikkeld kunnen raken (SI, Sensorische Integratie) en daardoor soms kunnen ageren.
Daarnaast zijn er ook theorieën die minder bekend zijn bij de algehele bevolking, zoals dat veel autisten het lastig zouden vinden om orde aan te brengen en dat ze moeite hebben met bijvoorbeeld plannen (EF’s, Executieve Functies). Ook de theorie dat de ene hersenhelft beter ontwikkeld zou zijn dan de andere (asynchronische ontwikkeling van de hersenen), waardoor autisten op sommige gebieden voorlopen en op andere gebieden achterlopen, is minder bekend.
Wel heeft een aantal van deze theorieën geleid tot een bepaald, algemeen beeld dat mensen hebben over autisme en autisten. Het algemene beeld dat mensen hebben van autisme is dat het een gedragsstoornis is of in ieder geval dat externaliserend gedrag bij autisme hoort, dat autisten geen inlevingsvermogen en empathie hebben en dat ze zich slechts kunnen focussen op details. Daarnaast denken veel mensen dat alle autisten uitblinken in een bepaald onderwerp waar ze alles vanaf weten. Er wordt ook zelfs algemeen aangenomen dat autisten anderen niet aan zouden kunnen kijken en niet gewoon zouden kunnen communiceren.
Deze beperkte blik op autisme heeft geleid tot lijsten die mensen hebben opgesteld van wat autisten allemaal wel en niet zouden kunnen. Wanneer je niet aan het gros van de punten van die lijsten voldoet, kun je, volgens de meeste mensen, geen autisme hebben. Zelfs een deel van de hulpverleners schijnt zo te denken, maar gelukkig kijken veel hulpverleners dieper naar de mens met autisme dan zo’n lijst.

De hulpverlening begint eerst met het onderzoeken van de problemen om te kijken of er daadwerkelijk sprake is van een ASS. Er wordt gekeken naar de ontwikkeling en op welke manier die anders is verlopen. Ook kunnen bepaalde tests worden gedaan om nog beter te kunnen bepalen of een diagnose op zijn plaats is.
Na de diagnose is er vaak sprake van een vorm van behandeling. Er zijn veel uiteenlopende manieren ontstaan om mensen met een psychiatrische diagnose te kunnen behandelen, zoals het geven van medicatie, het trainen van sociale vaardigheden, het begeleiden van de omgeving zodat beter omgegaan kan worden met de persoon in kwestie, het trainen van gedrag en zo zijn er nog heel wat op te noemen.

Omdat autisme veelomvattend is en iedere autist weer op een andere manier last kan hebben van het autisme, is het belangrijk te weten welke gebieden problemen op kunnen leveren en waarom.
De algehele ontwikkeling loopt bij autisten meestal anders dan bij de meeste mensen. Autisme is daarom van invloed op zowel de motorische ontwikkeling als de cognitieve ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Deze ontwikkelingsgebieden hangen nauw met elkaar samen en zijn van invloed op elkaar.
Tijdens de ontwikkeling zijn de Sensorische Informatieverwerking (SI) en de inzet van de Executieve Functies (EF) belangrijk. Informatie over jezelf en de omgeving begint namelijk bij het krijgen van zintuiglijke prikkels. Wanneer die prikkels niet goed doorkomen of juist te goed, kan het lastig zijn de informatie te verwerken. De Executieve Functies (en de hersenschors/cortex) worden ingezet om zintuiglijke prikkels te kunnen ordenen en om te zetten naar bruikbare informatie. De bruikbare informatie wordt benut om sturing te geven aan een persoon, bijvoorbeeld door in actie te komen na het ontvangen en verwerken van bepaalde prikkels die aanzetten tot een bepaalde handeling.
Wanneer de sensorische informatie niet gefilterd wordt en alle prikkels daardoor even hard binnenkomen, kan het problemen opleveren voor de verwerking ervan. De verwerking van sensorische informatie vindt voornamelijk plaats in het werkgeheugen (een van de EF’s) waar het geordend en gerangschikt wordt op belangrijkheid. De belangrijke informatie wordt doorgegeven aan het langetermijngeheugen. Maar wanneer er een overvloed aan sensorische informatie binnenkomt die niet goed geordend wordt, kan dit problemen opleveren voor het reageren en direct handelen en/of voor het opslaan van de juiste informatie op de juiste plaats in het langetermijngeheugen. Dit heeft weer implicaties voor de manier waarop de hersenen zich ontwikkelen.
Het lijkt erop dat de ontwikkeling van de hersenen bij autisten sowieso anders verloopt dan bij andere mensen. De meest recente theorie gaat ervan uit dat, door bepaalde hormonen, de rechterhersenhelft meer gestimuleerd wordt dan de linkerhersenhelft en dat daar de meeste problemen uit voortkomen. Door de andere bedrading in de hersenen valt autisme onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, waar ook andere stoornissen onder vallen, zoals bijvoorbeeld de specifieke leerstoornissen en ADHD.

De moeilijkheden met de sensorische informatie en de verwerking ervan zorgen meestal voor een sneeuwbaleffect aan problemen. Een voorbeeld van zo’n sneeuwbaleffect is dat de directe problemen kunnen zijn dat iemand niet goed mee kan komen met gymnastiek door een gebrekkige verwerking van prikkels. Hierdoor kunnen problemen ontstaan op sociaal gebied (wordt bijvoorbeeld niet gekozen in het team). Het gevoel van eigenwaarde kan omlaag gaan en een gevoel van minderwaardigheid kan ontstaan.
Dit is één voorbeeld, maar zo’n sneeuwbaleffect kan alle kanten op gaan. Het verschilt per persoon welke problemen worden ervaren en wat de gevolgen daarvan zijn. Daarom is een ASS ook zo moeilijk in een lijst samen te vatten en zijn ook niet alle autisten hetzelfde.
De veelvoorkomende, meer directe problemen van de moeilijkheden op het gebied van de SI en de EF kunnen onder andere moeite met slapen, eten, motoriek, sociale interactie, sociale contacten, chaos in het hoofd en een andere beleving van de wereld zijn.
De meer indirecte problemen zijn voornamelijk gerelateerd aan de psyche van de autist, zoals onzekerheid en verwarring, gevoel van falen, spanning en stress, frustratie, angst, teleurstelling, schaamte, schuld, onrust, depressie, minderwaardigheidsgevoel en een laag zelfbeeld.
Al met al kan er een heel scala aan problemen ontstaan.

Dit kan nog bemoeilijkt worden door een comorbiditeit met een andere stoornis. Wanneer er sprake is van meerdere stoornissen tegelijkertijd, kunnen de problemen groter worden of een andere vorm aannemen, waardoor het lastig is voor hulpverleners om vast te stellen van welke stoornis(sen) er sprake is en welke hulp het beste geboden kan worden.

Hoogbegaafdheid is niet geclassificeerd als een stoornis en veel hoogbegaafden hebben een negatief beeld van autisme (zoals de meeste mensen in de maatschappij). Desondanks lijkt de beleving van de wereld zoals hoogbegaafden zonder autisme die beleven veel op hoe normaal- tot hoogbegaafden met autisme die beleven. Ook hoogbegaafden kunnen namelijk last hebben van de SI, de EF’s en lijken een andere manier van denken te hebben door een asynchronische neurobiologische ontwikkeling (een ‘scheefgroei’ in de hersenen).
Hierdoor zouden hoogbegaafden met en zonder autisme juist zeer goed elkaars lotgenoten kunnen zijn. Wanneer je anders in de wereld staat dan de meeste mensen, zijn mensen die op een bepaalde manier hetzelfde zijn als jij (lotgenoten) heel belangrijk voor het vormen van de eigen identiteit. Mensen die op een of andere manier hetzelfde zijn als jijzelf geven je zelfvertrouwen en een gevoel van eigenwaarde, wat positief is voor het welzijn en psychisch functioneren van een mens.

Doordat de maatschappij neuro-typisch is ingesteld, worden mensen die de wereld anders beleven en anders denken meestal niet begrepen. Autisten (en andere andersdenkenden) worden echter wel geacht mee te doen in de maatschappij en moeten zich daardoor aanpassen. Daarom zetten veel normaal- tot hoogbegaafde autisten hun cognitie in om zich in deze maatschappij staande te houden. Iedere autist ontwikkelt zijn eigen manieren om zich staande te houden. Dit is een levenslang proces.
Een voorbeeld van een manier om zich staande te houden is het beredeneren van de flexibel inzetbare (sociale) regels om mee te kunnen doen met anderen op een min of meer geaccepteerde manier. Een ander voorbeeld is om de dag zo in te delen dat er veel voorspelbaarheid is en er daardoor minder onverwachte dingen kunnen gebeuren die een golf van sensorische informatie teweeg zouden brengen en een beroep zouden doen op het hanteren van de EF’s. Zo zijn er nog veel meer manieren te bedenken die autisten zouden kunnen hanteren om met neuro-typische mensen en de neuro-typische maatschappij om te gaan.
De meeste strategieën die autisten uitdenken en hanteren leveren in volwassenheid een min of meer ‘normale’ manier van doen op, waardoor meegedaan kan worden in de maatschappij. Maar het voortdurende aanpassen aan een wereld die niet is ingesteld op jouw manier van denken (en zijn) kost vaak veel energie. Met het veranderen van de maatschappij waarin regels steeds ondoorzichtiger worden en mensen steeds individualistischer worden, hebben steeds meer andersdenkenden moeite om de juiste manieren en strategieën te vinden.

Autistische kinderen zijn nog volop in ontwikkeling en moeten nog uitvinden welke manieren bij hen passen. Ook bevinden zij zich meestal in situaties waar ze weinig invloed op uit kunnen oefenen. Dit alles brengt meestal veel onrust en frustratie teweeg wat kan leiden tot externaliserend gedrag.
Niet alle autisten vertonen externaliserend gedrag. Vooral autistische meisjes vertonen juist vaker internaliserend gedrag, waardoor zij minder snel opvallen, maar niet minder last hoeven te hebben van het anders zijn.

Het is jammer dat er weinig ruimte lijkt te zijn in de maatschappij voor mensen die anders denken. Tegenwoordig worden er wel steeds meer autisten gevraagd voor bepaald werk, maar hierbij wordt over het algemeen weer uitgegaan van de beperkte blik over wat autisme inhoudt en de daaruit opgestelde lijst met kenmerken. Dat autisten door hun andere manier van denken veel meer zouden kunnen betekenen in uiteenlopende werkvelden en posities komt (nog) niet bij de meeste mensen op. Hierdoor zijn er heel wat (volwassen) autisten die er niet voor uit durven te komen dat zij autistisch zijn of durven het niet te laten onderzoeken.

Dat autisten over het algemeen logisch kunnen denken, lijken de meeste mensen wel te weten, maar dat zij ook andere kanten hebben wordt vaak niet gezien. Zo kunnen de meeste autisten objectief zijn, snel links leggen, duidelijkheid, rust en een luisterend oor bieden, wat in veel werkvelden een pre is. Ook bezitten veel autisten een creatieve geest en kunnen een groot doorzettingsvermogen, probleemoplossend vermogen en een positieve instelling hebben, wat belangrijk is bij veel banen. Daarnaast worden veel autisten gewaardeerd om hun gevoel voor humor, loyaliteit en conscientieusiteit. Autisten kunnen dan ook in vele werkvelden werkzaam zijn, net als ieder ander.
Een paar voorbeelden, van banen die volwassen, normaal- tot hoogbegaafde autisten hebben, zijn: muziekdocent, banketbakker, huisarts, psycholoog, IT specialist, medewerker in de thuiszorg, leerkracht, fraude-expert, wijkverpleegkundige, tv-presentator, gemeenteambtenaar, dierenverzorger en administratief medewerker. Dit zijn een paar praktijkvoorbeelden, maar er zijn zeker nog veel meer banen en werkvelden waar autisten werkzaam zijn die hier niet opgenoemd worden.

Kortom, autisme is een andere manier van beleven en van denken waar de maatschappij (nog) niet voor open staat. Hierdoor wordt van autisten verwacht dat zij zich aanpassen. De meeste autisten willen dat ook, omdat ze dan geaccepteerd worden. Geaccepteerd worden is zeer belangrijk voor een mens. Daarom doen de meeste autisten daar hun uiterste best voor. Dit kost echter enorm veel energie en de meesten zullen zich desondanks altijd anders blijven voelen. Het gevoel er niet bij te horen of anders te zijn gaat vaak ten koste van het welzijn. Door het niet geaccepteerd worden zoals ze zijn, wordt er een aanslag gepleegd op de psychische (en lichamelijke) gezondheid van autisten.

Begin, Inhoudsopgave, Vorige, Volgende